Marcel De Coninck groeide op in Moeskroen. Hij werkte nog een jaar in de pannenfabriek in Aalbeke, ging dan werken in de elektriciteitscentrale van Zwevegem en was nog later aan de slag in de centrale van Ruien. Hij woonde nog in Zwevegem, Berchem bij Oudenaarde en Harelbeke. Na een val is hij in een assistentiewoning in de Reepkaai gaan wonen. Sinds 1989 al is hij weduwnaar.
...

Marcel De Coninck groeide op in Moeskroen. Hij werkte nog een jaar in de pannenfabriek in Aalbeke, ging dan werken in de elektriciteitscentrale van Zwevegem en was nog later aan de slag in de centrale van Ruien. Hij woonde nog in Zwevegem, Berchem bij Oudenaarde en Harelbeke. Na een val is hij in een assistentiewoning in de Reepkaai gaan wonen. Sinds 1989 al is hij weduwnaar.Al tijdens zijn loopbaan was Marcel in zijn vrije tijd bezig met fotografie. "Het begon met een fotobox die ik van mijn ouders kreeg en beetje bij beetje kocht ik betere toestellen", herinnert hij. "Ik heb fantastische foto's kunnen maken. Ik ontwikkelde ze zelf in de pan." Marcel werd lid van de Koninklijke Kortrijkse fotoclub en haalde ook prijzen. Toen er met digitale foto's begonnen werd, en er veel getrukeerd werd, ben ik met fotografie gestopt en ben ik me op het schilderen gaan toeleggen. Dat moet rond de eeuwwisseling geweest zijn."Marcel schildert vooral met olieverf. In zijn jeugd maakte hij wat aquarelwerken maar dat doet hij niet meer. "Ik schat dat ik in totaal zo'n 160 schilderijen heb gemaakt. Nu maak ik meer kleine schilderijtjes. Daar hebben de mensen meer plezier aan want de meesten wonen nu kleiner en hebben geen plaats meer om grote werken te hangen." In zijn kamer in het woonzorgcentrum ligt een bescherming op de vloer, zodat Marcel naar hartenlust kan blijven schilderen. "Het doet me plezier dat ze me gevraagd hebben om eens mijn werken tentoon te stellen", zegt hij. "Dat bewijst dat mijn werk geapprecieerd wordt."Roeland Vandeginste woonde in Kortrijk en gaf klassieke studies - Latijn en Grieks - in het Sint-Amandscollege. Hij is al heel zijn leven bezig met taal. "Op mijn 18de begon ik met gedichten schrijven", zegt hij. "Ik ben ook altijd een lezer geweest. Toen de vier kinderen klein waren vertelde ik hen zelfverzonnen fantasieverhalen over Koning Prietpraat en Soldaat Knobbelstok." Roeland schreef ook nog toneelstukken en een musical. "Diverse werden opgevoerd door Toneelkring Harlekijn, waar ik nog voorzitter geweest ben. Toen we mijn musical 'Het Kraaiennest' opvoerden, waren we met 23 spelende leden en ik kon voor iedereen een rol schrijven.Het kunstenaarsduo leerde elkaar kennen in het woonzorgcentrum. "Men vroeg me of ik titels wou geven en bedenkingen schrijven bij Marcels schilderijen die zullen tentoongesteld worden", vertelt hij. Roeland, die dit jaar weduwnaar werd, verblijft in woonzorgcentrum De Pottelberg en is nu opnieuw bezig met poëzie en kortverhalen. Hij schrijft twee tot drie gedichten of tekstjes per week. "De inspiratie kan plots opkomen", zegt hij. "Het gebeurt ook eens dat ik Scrabble of Rummikub speel met mijn dochter." Verder leest Roeland nog altijd veel en lost hij woordzoekers op.