"We hebben de schilderijen met kader gratis gekregen uit de erfgoedcollectie van het Begijnhof. De werken zijn daar beland maar hoorden daar niet thuis", weet Yannick Ducatteeuw, schepen van Cultuur. Ook in 2017 kreeg de gemeente al schilderijen aangeboden.
...

"We hebben de schilderijen met kader gratis gekregen uit de erfgoedcollectie van het Begijnhof. De werken zijn daar beland maar hoorden daar niet thuis", weet Yannick Ducatteeuw, schepen van Cultuur. Ook in 2017 kreeg de gemeente al schilderijen aangeboden.Firmin Colardyn werd geboren in Kortrijk op 16 november 1896, als vierde kind in een gezin van negen. Zijn vader was meubelmaker en stuurde Firmin en zijn broer Lieven naar de kunstacademie opdat ze zich zouden bijscholen in het sculpteren van meubelen.Toen al zat bij Firmin het schilderen in het bloed. Vanaf zijn 16de is hij begonnen schilderen. In 1919 trouwde Firmin met Maria Pulman. Samen openden ze een pelsenhandel in Kortrijk, in de winter verkochten ze bont en in de zomer kantwerk. Firmin Colardyn was van nature heel schuchter. Dat kwam mede door de verplichte arbeid die hij, samen met zijn broer, moest verrichten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Berooid en uitgehongerd kwamen beiden uit de oorlog terug.In 1933 bouwde Firmin een art deco-optrekje aan Tiegemberg, villa Maene Min. Daar trok hij zich op vrije dagen terug om te schilderen. Hij schilderde vooral landschappen of portretten. De sfeer is vaak zwaar met een algemeen beeld van droefheid, weemoed en het in gedachten verzonken zijn. Vanaf zijn pensioen tot zijn overlijden leefde hij in Tiegem. In 1977 werd Firmin Colardyn, de geheimzinnige wandelende man met de zwarte cape, de grote baret en de wilde lange grijze haren in Tiegem begraven. Op zijn graf staat een sculptuur van zijn broer Lieven.Na het overlijden van Firmin hield zijn dochter Lucie de winkel in de Onze-Lieve-Vrouwstraat verder open tot in 1970. Daarna was ze diensthoofd van de mediatheek in Harelbeke, waar heel wat werken van Colardyn te zien zijn. Zo kocht de Sint-Ritakerk zijn kruisgang op. "De grote droom van Lucie was om van haar vaders huis Maene Min in Tiegem een museum te maken. Na veel moeite kon ze het huis opnieuw overkopen van de nieuwe eigenaar. Ze had alles opgefrist, nieuwe ramen gestoken, alle muren hingen weer vol met schilderijen. Er waren er toen zo'n 150. Ze had het plan opgevat om na haar overlijden het huis te verkopen aan de gemeente Anzegem", weet Pol Ostyn, lid van de Heemkundige kring de Spinspoele. In een artikel in het Volk van 2 juni 1994, liet ze neerschrijven dat de gemeente principieel akkoord ging. "Maar van het museum is weinig terechtgekomen, zo blijkt. Het huis is ondertussen weer in handen van particulieren. Lucie heeft een deel van haar vaders schilderijen dan maar uitgedeeld en verkocht. Waarschijnlijk zijn er zo van de 150 een deel terechtgekomen in Kortrijk", vertelt Pol Ostyn. Wat er nu met de schilderijen zal gebeuren is nog niet geweten. Maar schepen van Cultuur Yannick Ducatteeuw is niet van plan de werken te laten verstoffen. "De bedoeling is om ze tentoon te stellen, misschien zelfs in Escolys, wie weet. De werken hier in het archief laten liggen, is geen optie. Er zijn zeker geen plannen om de kunstwerken uit te delen of ze te verkopen", legt de schepen uit.Pol Ostyn hoopt dan weer op een Scandinavisch scenario. "De gemeente kan doen zoals in Denemarken, daar hangen in alle openbare gebouwen en scholen schilderijen. Het zou jammer zijn om de werken weg te steken, die moet je aan het publiek tonen. En al zeker omdat het over de streek gaat, heel wat landschappen zijn hier geschilderd. Ik hoop dat de gemeente een selectie tentoonstelt in de Oude Kerk in Vichte met bij elk werk een beetje uitleg", zegt Pol. In de Stringe maar ook achteraan in de Kerk van Tiegem zijn nu al werken te bewonderen van Firmin Colardyn. (XC)