Een icoon is niet meer. Een muzikaal monument heeft ons verlaten. Bij een overlijden van een beroemdheid is het altijd opletten om niet in de val van de overdreven idolatrie te trappen, van die celebrity (bah, lelijk woord) al heilig te verklaren nog voor hij goed en wel begraven is.
...

Een icoon is niet meer. Een muzikaal monument heeft ons verlaten. Bij een overlijden van een beroemdheid is het altijd opletten om niet in de val van de overdreven idolatrie te trappen, van die celebrity (bah, lelijk woord) al heilig te verklaren nog voor hij goed en wel begraven is.Maar toch: met het overlijden van David Bowie verliest de wereld een icoon, een monument, een muzikant die zo keihard zijn stempel heeft gedrukt, heilige huisjes heeft platgegooid en andere grote muzikanten heeft geïnspireerd. Ik ben geen diehard fan, heb amper één album van hem in huis, maar heb The Thin White Duke altijd bijzonder hoog ingeschat. Hij stond op een niveau waar slecht weinig wereldsterren te vinden zijn. Vergelijk nooit met The Beatles, wordt wel eens gezegd, want zo briljant als de vier uit Liverpool kan niemand ooit nog worden, maar Bowie kwam toch aardig in de buurt. Niet omdat hij hetzelfde aantal nummer 1 hits wist te scoren, maar voor mij vooral vanwege zijn veelzijdigheid: Bowie was - een beetje zoals zijn tijdloze tijdsgenoten Prince en Madonna - niet voor één gat te vangen en bleef, zelfs op pensioengerechtigde leeftijd, nog altijd relevant. Nu eens met pure rock van 8 minuten, dan met poppy dance, tot zelfs met hippere genres. Bowie link je niet aan één decennium.Dat het plotse nieuws over zijn dood zoveel mensen beroert, illustreert dat des te meer. Met 'Space Oddity', 'Life On Mars' en 'Heroes' schreef hij drie epische wereldnummers, die bol staan van de tijdloosheid en het vakmanschap. Het zijn songs die overeind blijven, zelfs als je ze stript van alle tierlantijntjes - getuige daarvan de cover van 'Life On Mars' door Jasper Steverlinck. Maar Bowie bedacht nog veel meer dan dat: 'China Girl' bijvoorbeeld, of het uptempo 'Rebel Rebel', of het nummer waarbij ik onmogelijk stil op mijn stoel/barkruk kan blijven zitten: 'Let's Dance'. Put on your red shoes and dance the blues, nodigt Bowie uit, terwijl een ritmische beat uit de boxen pompt. 'Let's sway under the moonlight, this serious moonlight'. Een straffe die daar kan aan weerstaan. Ook Freddy Mercury kon het blijkbaar niet, want de twee gingen in duet voor 'Under Pressure', nog zo'n evergreen. In zijn gsm-lijst met contacten zitten trouwens ook nog Mick Jagger en Tina Turner. De groten der aarde, quoi.Hij was om en bij de 50 toen hij nog 'Earthling' uitbracht - de singles 'Little Wonder' en 'Dead Man Walking' komen daar uit - een album vol drum'n'bass, jungle en electronica. Het was ook in die periode dat hij in een interview liet vallen dat hij dat debuutalbum van Ozark Henry - die toen ook nog veel meer into triphop en electronica was - wel erg te pruimen vond.Vorige week nog bracht hij, op zijn 69ste verjaardag, het album 'Blackstar' uit. Bij de vooruitgeschoven, gelijknamige single hoorde een beklijvende en vooral bevreemdende videoclip waar je als kijker toch even moet van bekomen. Net zoals ze in de prille jaren '70 moesten slikken toen Bowie plotseling in vrouwenkleren en met de nodige dosis cosmetica op het gezicht een nieuw alter ego creëerde. Deze man had altijd lak aan regeltjes en vond af en toe schofferen wellicht een leuk tijdverdrijf. Sommige mensen verfoeien dat - kleur maar netjes binnen de lijntjes, omhooggevallen wereldster - maar ik niet. Het zijn die buitenbeentjes - tel daar van bij ons gerust ook Arno Hintjens bij - die het net zo plezant maken. Hij mocht er dan ooit wel bij lopen als een androgyne narcist, maar hij had meer ballen aan zijn lijf dan het gros van de artiesten. Rock'-n-roll is vandaag weer een klein beetje gestorven.