Anno 2019 prijkt er in het Brugse stadhuis nog altijd geen portret van de 19de eeuwse burgemeester Jules Boyaval. En in het archief van het Brugse bisdom wordt enkel zijn overlijdensbericht bewaard! Nochtans zou Brugge er zonder Boyaval nu totaal anders uitgezien hebben.
...

Anno 2019 prijkt er in het Brugse stadhuis nog altijd geen portret van de 19de eeuwse burgemeester Jules Boyaval. En in het archief van het Brugse bisdom wordt enkel zijn overlijdensbericht bewaard! Nochtans zou Brugge er zonder Boyaval nu totaal anders uitgezien hebben."Boyaval was een van de Brugse politici die ijverde voor de bouw van de Stadsschouwburg 150 jaar geleden. Hij deed aan stadsvernieuwing en onder zijn bewind werd het station op 't Zand gebouwd", zegt Dirk Van Tieghem. Zijn boek 'Gezelles Gazette' (uitgaven West-Vlaamse Gidsenkring) kreeg de volgende ondertitel: de strijd tussen blauw en zwart. Met andere woorden: de politieke disputen tussen de blauwe liberalen en de priesters in hun zwarte soutanes. Dat doet Dirk Van Tieghem door een uitvoerige studie van alle jaargangen van 't Jaer 30, het tijdschrift dat Guido Gezelle uitgaf en vol schreef in de jaren 1864-1870.Daarin trekt de priester-dichter hard van leer tegen de liberalen en vooral tegen de Brugse burgemeester Jules Boyaval. "Guido Gezelle doopte zijn pen in vitriool. Hij gaf Jules Boyaval bijnamen als Berevel en Zokkeman. Het leverde de journalist zelfs een veroordeling wegens laster en eerroof op. Omdat de liberale burgemeester een stadsschool voor meisjes stichtte noemde Gezelle hem een baarlijke duivel. Want in de ogen van Guido Gezelle waren vrouwen zo onberekenbaar en alleen geschikt om kinderen tot goede katholieken te boetseren..."Wekt het met zo'n vrouwonvriendelijke woorden verwondering dat dit oerconservatieve prozawerk van Guido Gezelle 150 jaar lang als 'onbetekenend' werd ervaren? Dit vechtproza, dat louter katholieke zieltjes wou winnen, is een smet op het blazoen van Brugges grootste dichter. En toch zijn ook die journalistieke artikels taalkundige parels, vol lyriek en vlijmscherpe humor. 120 jaar na de dood van Guido Gezelle, die op 29 november 1899 met de woorden 'k hoorde zo gèren de vogeltjes schufelen de geest gaf, is dit boek zowel een hommage aan de taalvirtuositeit van de Brugse priester-dichter als een eerherstel voor burgemeester Jules Boyaval.