Hij werd in 1949 kantonnier en kreeg op 29 maart 1954 zijn officiële benoeming bij het ministerie van Openbare Werken.
...

Hij werd in 1949 kantonnier en kreeg op 29 maart 1954 zijn officiële benoeming bij het ministerie van Openbare Werken."Ik was 9 jaar kantonnier en werd daarna sluizenwachter, of sasmeester in de volksmond", gaat Marcel terug naar zijn beginperiode aan de sluizen van Plassendale. In 1967 werd hij gepromoveerd tot agent der Waterwegen om al in 1971 hoofdagent te worden en in 1983 hoofdsluiswachter. In 1990 ging Marcel De Gryse na een carrière van 44 jaar met pensioen.Nog altijd vertelt hij vol passie over zijn job. "En als we op uitstap gaan, moet er altijd water en natuurlijk ook sluizen in de buurt zijn die Marcel kan bezoeken", lacht echtgenote Bertha Aspeslagh met wie hij al 62 jaar getrouwd is.Zelfs hun verhaal startte aan het water, nabij de Slijpebrug. Bertha, een telg uit een gezin met acht kinderen, woonde er dichtbij. "Op een dag nodigde haar vader me uit om bij hen thuis mijn boterhammen op te eten. Ik keek in haar ogen en was verkocht", vertelt Marcel.Dat Marcel zo gepassioneerd is door bruggen en sluizen, kreeg hij als het ware met de paplepel mee. Zijn vader Georges, geboren in 1900, was ook al sasmeester. "Hij was eerst werkzaam bij Wagons Lits in Oostende en werd in 1931 sluizenwachter; eerst in Houtem, dan in Pollinkhove en vanaf 1936 in Oudenburg. We werkten zelfs 14 jaar samen.""Vandaag passeert aan Plassendale nog sporadisch een binnenschip, maar in mijn tijd waren dat er soms 1.000 per maand. Er werd vooral kolen, cement, rijnzand en in het seizoen ook suikerbieten vervoerd", vertelt Marcel. "Hoe we wisten dat er een schip aankwam? Wel, 1 kilometer voor de sluis blies de schipper op zijn hoorn: een keer als hij naar Oostende moest, twee keer voor Nieuwpoort."Uiteraard moesten schippers betalen om de sluizen te passeren. "Toen ik startte als sluizenwachter, bedroeg het sluisrecht 2 cent per ton/kilometer. Later werd dat 5 cent. We hielden het geld een hele week bij in ons bureau en moesten het dan via de Post doorstorten naar Brussel."Over zijn job als sluizenwachter houdt Marcel De Gryse veel documentatie en foto's bij. "Dat mag niet weg, hoor", knipoogt hij naar zijn echtgenote. Ook van de vele fietstochten die hij al gemaakt heeft, houdt hij een hele boekhouding bij. "Ik rij nog altijd zo'n 3.000 kilometer per jaar. Toen ik nog wat jonger was, waren dat er 9.000."En natuurlijk begint of eindigt zo'n fietstocht meestal aan Plassendale. "En dan iets gaan drinken bij Peter Velle in 't Spaans Tolhuis. Ik was daar trouwens de eerste klant", lacht Marcel De Gryse.