De Witte Molen van Roksem is een beschermd monument met een geschiedenis van een kleine 600 jaar. Op de hoek van de Ossenweg en de Zeeweg werd al in 1535 een houten molen gebouwd door Aenout de Rammelaere. Door een geschil van de toenmalige eigenaar met de heer van Gistel dreigde een afbraak van de molen.

De houten molen werd in 1540 vermeld als de Woumen molen en kreeg rond 1570 de naam Oxzeel molen. Rond 1580 werd de molen echter vernield om pas later, in 1641, opnieuw opgenomen te worden in de Atlas Major.

Bakstenen molen

De huidige bakstenen molen werd in 1843 gebouwd door Pieter Dierickx-Visschers en zijn echtgenote Francisca Strubbe. Zij kochten de site met woonhuis van de broers Monteyne. Dat er elementen van de oude houten molen gebruikt werden voor de bouw van de stenen molen, staat vast, want op enkele balken vind je de jaartallen 1793 en 1796 terug.

In 1965 kocht Edward Galliaert de molen. Hij mocht de feestelijke inhuldiging van vandaag niet meer meemaken, want Edward overleed op 17 maart 2018. De molen is wel nog eigendom van zijn weduwe, Maria Desmet.

In erfpacht

Edward Galliaert gaf in 1994 de molen voor 27 jaar in erfpacht aan de stad Oudenburg. Na een eerste restauratie in 2002-2003 kon de molen elke eerste zondag van de maand bezichtigd worden.

In 2008 sloeg het noodlot echter toe met een breuk van de askop, waardoor een ontmanteling nodig was met afname van het wiekenkruis en de molenas. Na vele uren werk en geduld door de vijf vrijwillige molenaars Bart Engelen, Bregt Patrouille, Dirk Baeteman, Geert Galle en Johan Lammens heeft de Witte Molen van Roksem vandaag weer de wind in de zeilen.

Van zodra het dossier bij Erfgoed Vlaanderen goedgekeurd is en er geld vrijkomt, wordt de molen ook aan de buitenkant gerestaureerd.

(LIN)