Fhilip Vannieuwenhuyze (66) bestudeert al decennia WO I aan het westelijk front. Hij schreef tientallen brochures en publicaties, geeft lezingen en deed veel opzoekingen. Ook naar het ontstaan van 'Harlebeke New British Cemetery', het Engels kerkhof, en de begraven soldaten. "Ik zoek de mens achter het verhaal. Het verleden en de oorlog mag niet vergeten worden, maar misschien is het tijd voor iets anders: het 'herdenken' zou plaats kunnen maken voor 'herinneren', op maat van de jonge generaties", aldus Fhilip Vannieuwenhuyze, die het begrip 'oorlog' leerde kennen uit de geschiedenisles, de verhalen van ouders en grootouders en de herdenkingen. "Deze onvolledige bronnen zetten me aan om ontbrekende gegevens over de beide oorlogen aan te vullen. Op Wapenstilsta...

Fhilip Vannieuwenhuyze (66) bestudeert al decennia WO I aan het westelijk front. Hij schreef tientallen brochures en publicaties, geeft lezingen en deed veel opzoekingen. Ook naar het ontstaan van 'Harlebeke New British Cemetery', het Engels kerkhof, en de begraven soldaten. "Ik zoek de mens achter het verhaal. Het verleden en de oorlog mag niet vergeten worden, maar misschien is het tijd voor iets anders: het 'herdenken' zou plaats kunnen maken voor 'herinneren', op maat van de jonge generaties", aldus Fhilip Vannieuwenhuyze, die het begrip 'oorlog' leerde kennen uit de geschiedenisles, de verhalen van ouders en grootouders en de herdenkingen. "Deze onvolledige bronnen zetten me aan om ontbrekende gegevens over de beide oorlogen aan te vullen. Op Wapenstilstand luisterde ik geboeid naar de voorzitter van de oud-strijdersbond die met trillende stem de heroïsche oorlogsgebeurtenissen verwoordde. Na de ceremonie vervolledigden de veteranen van WO I de verhalen op café. Ze leerden mij hoe onmenselijk de oorlog was met ontbering en angst voor de dood. Hun verhaal deden ze elk jaar opnieuw, zolang ze de kracht hadden om het te vertellen." Voor de herdenking aan het monument in Harelbeke was er de laatste jaren een steeds lagere publieksopkomst. Fhilip Vannieuwenhuyze denkt daarom aan een andere invulling van de plechtigheden. "De interesse en de betrokkenheid voor de ceremonie is dan ook niet langer in verhouding met het werk en de voorbereidingen die dit met zich mee brengt. Ik schreef de teksten die aan de vier monumenten in Groot-Harelbeke werden voorgelezen zoveel mogelijk vanuit een historisch oogpunt. Zo kreeg de toehoorder een beeld van het oorlogsgebeuren in de stad. De laatste decennia werden via korte kronieken de gesneuvelde soldaten en de 'Civilarbeiter' die op de monumenten vermeld staan, belicht. Na al die jaren zou ik graag de traditionele wijze van herdenken, zoals die zich in de loop der jaren heeft gevormd, herzien. Durven veranderen in plaats van te laten doodbloeden was de boodschap", is de mening van Fhilip. "De verandering kan er in bestaan dat 'herdenken' vervangen wordt door 'herinneren'. Herdenken' is de kroon van het 'herinneren', maar een kroon die met de tijd past op steeds minder hoofden. Een verschuiving van herdenken naar herinneren wordt noodzakelijk als we straks nog een 11 novemberevenement willen kennen. Waar herinneren het middel is om niet te vergeten, is herdenken het eren van iets of iemand door middel van een ceremonie. Wie de oorlog heeft meegemaakt, hoef je niet te herinneren aan die gruweltijd. Zij hebben in de loop der jaren hun gesneuvelde soldaten en de overleden oorlogsslachtoffers herdacht. Vandaag worden de beide oorlogen steeds meer herleid tot een voorval uit een ver verleden.""Het is moeilijk om het begrip 'de oorlog' te herdenken als men nooit oorlog heeft gekend. Als de verbondenheid met de gesneuvelde soldaten, de oorlogsslachtoffers en hun families is verdwenen, verdwijnt ook een beetje de zin om hen te herdenken. De jeugd moet naar hun grootouders of betovergrootouders verwijzen om naar de oorlogstijd terug te keren. Veel namen die op de oorlogsmonumenten staan vervagen in de gedachten en zijn 'onbekenden' geworden, maar het oorlogsgebeuren blijft binnen de geschiedenis verder bestaan. Een oorlog is te gruwelijk, te onmenselijk en te vernietigend om zo maar te worden vergeten.De herinnering aan de oorlog is vooral voor de huidige en komende generaties bestemd omdat ze een herhaling ervan zelfs niet zouden overwegen. Dit is op vandaag de essentie van 11 november.""Herinneren kan een formule zijn zonder strikte contouren, maar op maat van de jonge generaties. 'Herdenken' zal niet verdwijnen zolang men de band met de oorlog en zijn slachtoffers blijft aanhalen, alleen wordt dit met de tijd brozer", besluit Fhilip Vannieuwenhuyze.