De Brugse Stadsschouwburg opende zijn deuren op 30 september 1869 met de opvoering van 'Les Mousquetaires de la Reine', een 'opéra comique en 3 actes'. In de loop van de voorbije 150 jaar bewoog er in en rond het gebouw heel wat. Deze tentoonstelling gaat dieper in op het st...

De Brugse Stadsschouwburg opende zijn deuren op 30 september 1869 met de opvoering van 'Les Mousquetaires de la Reine', een 'opéra comique en 3 actes'. In de loop van de voorbije 150 jaar bewoog er in en rond het gebouw heel wat. Deze tentoonstelling gaat dieper in op het stedenbouwkundige, architecturale en programmatorische verhaal.De bouw van de schouwburg zorgde voor de 'Haussmannisering' van de buurt. Naar het voorbeeld van de Franse stedenbouwkundige Georges-Eugène Haussmann in Parijs, worden middeleeuwse huizen afgebroken, straten recht getrokken en wordt er een nieuw theaterplein gecreëerd. Er wordt aan zes architecten gevraagd om plannen te tekenen. Uiteindelijk mag de Brusselse architect Gustave Saintenoy het gebouw realiseren, in een eclectische stijl.Het gebouw straalt rijkdom uit en het wordt bejubeld door een deel van de elite, een ander deel van de bevolking vindt het pompeus. Guido Gezelle bijvoorbeeld verkettert dit zedenloze huis. Ook de invulling van de programmering ondergaat gedurende 150 jaar een enorme verandering. Het 'Grand Théâtre de Bruges' evolueert van een elitaire schouwburg waar de klassen letterlijk in een rangorde gescheiden worden naar een open cultuurhuis dat modern theater, muziek en dans verwelkomt.Dat wordt in deze tentoonstelling belicht aan de hand van prenten, foto's, oude plannen en diverse theaterrekwisieten.