Tegenwoordig zwaait directeur Peter Defurne er de plak, maar velen gingen hem vooraf. Het begon met Francois Bossuet (1798-1889) die op eigen initiatief een bescheiden tekenschool had opgericht in zijn woonhuis op de Groentemarkt. "Er is over het onderricht in de beeldende kunst in Oostende voor 1820 zo goed als niets bekend", vertelt directeur Peter Defurne. "Er is echter wel een erepenning die wordt bewaard door de heemkundige kring 'De Plate' die aantoont dat er in 1806 een 'Academie van Nuttewis en Bouwkunst' in Oostende bestond. Op 13 april 1817 vaardigde de toenmalige Koning Willem I een Koninklijk Besluit uit dat bepaalde dat alle steden in het land verplicht waren om een tekenschool op te richten om jongeren en aanstaande ambachtslui de beginselen van het tekenen en de archi...

Tegenwoordig zwaait directeur Peter Defurne er de plak, maar velen gingen hem vooraf. Het begon met Francois Bossuet (1798-1889) die op eigen initiatief een bescheiden tekenschool had opgericht in zijn woonhuis op de Groentemarkt. "Er is over het onderricht in de beeldende kunst in Oostende voor 1820 zo goed als niets bekend", vertelt directeur Peter Defurne. "Er is echter wel een erepenning die wordt bewaard door de heemkundige kring 'De Plate' die aantoont dat er in 1806 een 'Academie van Nuttewis en Bouwkunst' in Oostende bestond. Op 13 april 1817 vaardigde de toenmalige Koning Willem I een Koninklijk Besluit uit dat bepaalde dat alle steden in het land verplicht waren om een tekenschool op te richten om jongeren en aanstaande ambachtslui de beginselen van het tekenen en de architectuur bij te brengen met als doel de kansarme jongeren een toekomst te bieden."Zo'n instelling kwam er in 1820 op de hoek van de Paulusstraat en de Kerkstraat. "Dat was eigenlijk de start van de Kunstacademie aan Zee zoals we die nu kennen", gaat de directeur verder. "De school kreeg de naam 'School voor Teeken- en Bouwkunde'. Tegen 1837 telde de tekenschool 112 leerlingen en vier professoren. Dertig jaar lang hield men hetzelfde leerprogramma aan tot men in 1867 de kunstopleiding meer op de nijverheid ging oriënteren. Datzelfde jaar werd de 'Teekenschool' tot de 'Nijverheidsschool' gebombardeerd. Michel Van Cuyck werd er directeur en lesgever 'Kunstteekening'. Vanaf 1898 ging Henrik Permeke, de vader van Constant Permeke, er aan de slag als leerkracht 'hout- en marmerimitatie' en 'ornamenttekenen'. Ook James Ensor volgde er kort les, maar had geen al te hoge dunk van de 'bedrieglijke spons- en tekentechniek van dit saaie, geborneerd en doodgeboren metier', zoals het door Michel Van Cuyck werd aangeleerd."Het kunstonderwijs ging uiteindelijk volledig op in de nijverheidsscholen. Na de Eerste Wereldoorlog herstart het technisch onderwijs, maar van een kunstacademie kwam voorlopig niets in huis. Tot 1933, dan werd een comité opgericht die een nieuwe start van de kunstacademie moest voorbereiden. De nieuwe 'Vrije Kunstacademie' ging van start met 80 leerlingen en kreeg Alfons Blomme als directeur. 'Aanvankelijk kreeg de nieuwe academie als locatie enkele zolderruimten in de Koninklijke Stallingen. Later week de school uit naar de lokalen van de Maria-Hendrikaschool. Jaarlijks werd er in de foyer van de schouwburg in de Van Iseghemlaan een tentoonstelling gehouden met werken van de leerlingen", aldus Defurne. Met de start van de Tweede Wereldoorlog sloten op 26 januari 1940 ook de deuren van de kunstacademie. Na de Tweede Wereloorlog slaagden Gustaaf Sorel, Raoul Bonnel en Majoor Ernest De Taeye erin om eind 1945 de academie nieuw leven in te blazen. "In 1948 werd de Academie door de Belgische Staat erkend en gesubsidieerd. Wanneer Raoul Servais zich in 1948 als leerling wilde inschrijven kreeg hij meteen de status van leraar. Deze anekdote maakt duidelijk dat talent meer gewaardeerd werd dan een diploma. Hij was er actief tot 1972. Tegen 1976 volgden er 160 leerlingen les aan de academie", aldus Defurne. De academie verhuisde onder het directeurschap van Gustaaf Sorel meermaals: van de Kerkstraat naar de Witte Nonnenstraat. Later naar de Koninginnelaan en van de Vaartstraat naar de Dr. Louis Colenstraat. In 1977 volgde de uit Gent afkomstige Willy Bosschem, Sorel op als directeur. Steeds meer jongeren vonden de weg naar de lessen en tegen de jaren '90 hadden zich al 760 leerlingen ingeschreven. In 1995 volgde Freddy Vancraeynest Bosschem op als directeur. In 2011 werd Peter Defurne uiteindelijk directeur en is dat nog steeds. Anno 2020 telt de Kunstacademie aan zee 979 leerlingen.