Met zijn aanstelling tot voorzitter treedt Brecht in de voetsporen van gewaardeerde voorgangers als Raphaël Verholle (voorzitter tussen 1960 en 1985) en Jean-Marie Lermyte (voorzitter tusen 1985 en 2018). "Dat ik hen nu mag opvolgen is een hele eer", opent Brecht. "Des te meer omdat ik de liefde voor geschiedenis van Jean-Marie Lermyte mee gekregen heb. Ik kreeg lessen geschiedenis van hem in het Sint-Jozefscollege en het was hij die de passie voor historiek in me aanwakkerde. Op zijn vraag werd mijn thesis waar ik in 2009 mee afstudeerde ook gepubliceerd in het tijdschrift van Ten Mandere."
...

Met zijn aanstelling tot voorzitter treedt Brecht in de voetsporen van gewaardeerde voorgangers als Raphaël Verholle (voorzitter tussen 1960 en 1985) en Jean-Marie Lermyte (voorzitter tusen 1985 en 2018). "Dat ik hen nu mag opvolgen is een hele eer", opent Brecht. "Des te meer omdat ik de liefde voor geschiedenis van Jean-Marie Lermyte mee gekregen heb. Ik kreeg lessen geschiedenis van hem in het Sint-Jozefscollege en het was hij die de passie voor historiek in me aanwakkerde. Op zijn vraag werd mijn thesis waar ik in 2009 mee afstudeerde ook gepubliceerd in het tijdschrift van Ten Mandere.""Ik moet toen blijkbaar indruk gemaakt hebben met een artikel over de oudste bekende kaart uit Izegem. Na het overlijden van André Demeurisse in 2010 volgde de vraag of ik tot het bestuur zou willen toetreden en daar heb ik vrij vlug ja op geantwoord."Zijn fascinatie voor onze geschiedenis en de Izegemse historiek in het bijzonder is volgens Brecht vrij eenvoudig te verklaren. "Door naar het verleden te kijken begrijp je beter hoe onze maatschappij op vandaag in elkaar zit", zegt hij. "Je kan enorm veel leren uit wat vroeger gebeurde. Veel mensen vinden geschiedenis maar een muffe materie, maar ik ben er mateloos in geïnteresseerd. Ik ben geboren en getogen in Izegem en vind het fascinerend dat ik mee de geschiedenis van onze stad kan uitspitten en via de heemkring op een bevattelijke manier aan een groter publiek mag presenteren. Veel historici halen nochtans hun neus op voor lokale geschiedenis, maar bij mij is het net omgekeerd. Ik kan er maar niet genoeg van krijgen."Die laatste bewering staaft Brecht meteen met tientallen publicaties die als bijdrage in het tijdschrift van Ten Mandere zijn verschenen. "De onderwerpen variëren enorm", gaat hij verder. "Ik was ooit nog actief binnen de publiekswerking van het Roeselaarse WielerMuseum en deed zo inspiratie op om een beknopte geschiedenis van de Izegemse koers neer te schrijven. Soms is het ook zwaarwichtiger. Zo schreef ik al iets over de Izegemse moordenares Marie La Perre, maar ook over zelfmoordpogingen in het Izegemse. De oudste bestaande bron is een dagboekfragment uit 1773." Brecht dook voor Ten Mandere ook al in zijn eigen familiegeschiedenis. "Mijn overgrootvader Gustaaf, die - typisch Izegems - schoenmaker was, vocht tijdens de Eerste Wereldoorlog als soldaat aan het front. Enkele brieven die hij en zijn vrouw naar elkaar schreven heb ik geanalyseerd. Zo'n persoonlijke band maakt het voor mij niet makkelijker of moeilijker. Als historicus ben ik van mening dat alle kennis gedeeld moet worden. Dit najaar moet met 'De geschiedenis van Emelgem' ook mijn eerste boek verschijnen. Het begon als een klein artikel, maar op aanraden van Jean-Marie heb ik er een volwaardig boek van gemaakt. Na vier jaar werk is het eindelijk bijna af. Ik hoop dat het kan uitgroeien tot het kleine broertje van 'De Geschiedenis van Izegem' van de vorige voorzitter."De voorzitterswissel bij Ten Mandere zat er al een tijdje aan te komen. "Jean-Marie Lermyte had al aangegeven dat hij de fakkel wilde doorgeven. Hij wordt al wat ouder en woont de helft van het jaar in het buitenland", vertelt Brecht. "Op de bestuursvergadering heb ik dan expliciet mijn kandidatuur gesteld en ik bleek de enige te zijn. Dat het bestuur mij unaniem verkozen heeft, zie ik als een teken van vertrouwen. Mijn onderzoek en artikels voor Ten Mandere waren voor hen doorslaggevend. Daarnaast durf ik op vergaderingen rechtuit mijn mening zeggen en dat blijkt de heemkring wel te appreciëren. Tot slot heb ik ook een duidelijke visie over waar ik met de heemkring heen wil. Ik droom ervan om de vereniging bij een groter publiek bekend te maken en dat we nog iets meer naar buiten treden. Dat kan bijvoorbeeld door meer lezingen te geven."Dat Brecht nog jong is ziet hij allerminst als een hindernis voor het voorzitterschap. "Je kan het inderdaad ook als een keuze voor verjonging zien, de jongste ben ik niet", lacht hij. "Er is nog een bestuurslid van 27 jaar. Ik denk dat er op dat vlak een mooie mix in de groep zit en dat we op dat vlak zeker klaar voor de toekomst zijn. Ten Mandere is een van de actiefste heemkringen van onze provincie en daar wil ik blijvend werk van maken. Op termijn verhuist onze archiefwerking van het stadhuis naar site Baertshof en ook dat zie ik als een interessante nieuwe wending. Genoeg uitdagingen waar ik me dus kan op storten." (vadu)