Frida Coudenys zag het levenslicht op 15 januari 1942 in de Krekelstraat in Meulebeke. Zij was de enige dochter in een gezin van zeven kinderen. Vanaf haar 14de levensjaar was ze thuis druk in de weer om haar zieke ma bij te springen in het vele werk dat het kroostrijk gezin met zich meebracht. Haar papa (wever van beroep) verongelukte toen Frida 18 jaar was.
...

Frida Coudenys zag het levenslicht op 15 januari 1942 in de Krekelstraat in Meulebeke. Zij was de enige dochter in een gezin van zeven kinderen. Vanaf haar 14de levensjaar was ze thuis druk in de weer om haar zieke ma bij te springen in het vele werk dat het kroostrijk gezin met zich meebracht. Haar papa (wever van beroep) verongelukte toen Frida 18 jaar was.Frida vond ontspanning bij de Kajotsters en enige tijd later bij de cabaretgroep De Flamingo's. In een interview naar aanleiding van het diamanten jubileum van De Flamingo's in 2009 vertelde Frida: "Mijn eerste echt Flamingo-jaar was het seizoen 1958-1959. Naast de wekelijkse repetities in De Gilde hadden we dat jaar maar liefst 40 optredens. We vormden een hechte vriendgroep die zowat in alle zalen in onze provincie optrad. De verplaatsingen gebeurden met de bus. Tijdens de heenreis was er steeds een algemene repetitie op de bus, er werd gezongen, sketches werden nog eens opgeblonken en er werd vooral veel gelachen. Echt een tijd om niet te vergeten, een tijd die voor mij duurde tot in 1964, het jaar dat ik de grote liefde ontdekte."In mei 1965 trouwde Frida met Rafaël Kindt, stukadoor van beroep. Het huwelijk werd bekroond met twee dochters en vier kleinkinderen. Frida vergezelde Rafaël op de bouwwerven en in de weinige vrije tijd die toen nog restte, vond ze verpozing in het tekenen en schilderen. Frida ontdekte beetje bij beetje het boeiend aspect van de schilderkunst, zodat haar hobby uitgroeide tot een ware passie. Ze maakte zich eveneens lid van de plaatselijke kunstkring en ontmoette er zielsgenoten die naast schilderen ook het boetseren hoog in het schild voerden.Toen Rafaël ziek werd, nam Frida gedurende twee jaar de verzorging van haar man op zich en werden de verftubes en de penselen opgeborgen. Na de dood van haar echtgenoot in februari 2000 nam Frida het penseel weer in de hand. Schilderen werd plots een afreageren van emoties en een zoeken naar andere horizonten. Dat alles resulteerde in een gigantisch aantal werken dat straks niet alleen tentoongesteld, maar ook verkocht wordt.Het volledige werk van Frida Coudenys valt niet te catalogeren onder een of andere duidelijk omschreven kunstrichting. Haar schilderijen hebben iets weg van naïeve kunst, gekruid met een impressionistische penseeltoets en een eigen visie op de realiteit.Wat het gros van haar werk gemeen heeft, is dat het een ware kleurenexplosie in zich draagt. Frida Coudenys was een schepper van een eigen belevingswereld die baadde in kleur. Haar emoties en verlangens, verdriet en hartstocht kregen op canvas, houten panelen, glas en zelfs op het parelmoer van de sint-jacobsschelp gestalte.Frida schraapte haar leefwereld in felle kleurenpartijen van haar schilderspalet. Dat maakt haar werk zo bijzonder. 'Zien en bezien' was haar parool, 'goed kijken en ontdekken' het advies dat ze graag meegaf. In ieder werk zitten er bijna onzichtbare, verrassende elementen: een uil, een wolf of een dolfijn die opgenomen zijn in en tussen de kleurenvlakken en pas na goed observeren zichtbaar worden. Een gave die ze ook putte uit haar liefde voor en het observeren van de natuur.Dochter Claudine getuigt: "Frida had een enorme belangstelling voor alles wat rondom haar, zowel binnen- als buitenshuis leefde. Ze communiceerde met de wilde ganzen die jaarlijks in haar tuin neerstreken, ze voelde de levenssappen en de energie in sommige bomen tijdens haar wandelingen in het Veldbos en bij een bezoek aan beeldhouwer Geoffroy de Montfort verraste ze iedereen door meteen op een enorme rotsblok toe te stappen die een 'bijzondere energie' uitstraalde." Al die rijke sensaties integreerde Frida in haar schilderijen en op die manier kreeg haar werk een toets van Henri Rousseau.Stilaan domineerden de kleurenvlakken die in dikke lagen, bijna opeengestapeld, meer en meer weg hadden van uiteenspattend vuurwerk. Zelfs wanneer de eerste signalen van dementie aan de oppervlakte kwamen, bleef Frida met een ware drang aan haar schildertafel in de woonkamer. Ook toen ze in het woonzorgcentrum Ter Deeve opgenomen werd, bleef ze schilderen. Ging het niet meer met het penseel dan schilderde ze met de vingers.(Luc Bouckhuyt)