In de nacht van 22 op 23 april stuurde de Oostendse politie enkele patrouilles naar de Ringlaan. Een getuige had immers melding gemaakt van verdachte voertuigen en activiteiten. Zo had hij enkele personen elkaar de hand zien schudden, wat in volle coronacrisis de wenkbrauwen deed fronsen.
...

In de nacht van 22 op 23 april stuurde de Oostendse politie enkele patrouilles naar de Ringlaan. Een getuige had immers melding gemaakt van verdachte voertuigen en activiteiten. Zo had hij enkele personen elkaar de hand zien schudden, wat in volle coronacrisis de wenkbrauwen deed fronsen.Ter plaatse trof de politie twee auto's met Franse nummerplaten en een bestelwagen met Duitse nummerplaat aan. De wagens scheurden weg, maar de politie kon er twee klemrijden. Binnenin troffen de agenten twee opblaasbare boten, twee buitenboordmotoren, een benzinetank en wat gereedschap aan. Het parket zag hierin een poging tot mensensmokkel met bootjes en daagde de zes inzittenden voor de rechter.Voor twee Irakezen vroeg de procureur woensdag in de Brugse rechtbank drie jaar cel. Ze hoopten naar eigen zeggen zelf naar het Verenigd Koninkrijk gesmokkeld te worden en vroegen de vrijspraak. Een van hen beweerde dat hij van een mensensmokkelaar goederen moest gaan ophalen, zonder te weten dat het om bootjes ging.De overige vier beklaagden riskeren elk 40 maanden cel. Twee Duitse Iraniërs die de bootjes kwamen afleveren, beweerden dat van een poging tot mensensmokkel geen sprake was. "Mijn cliënt wist niet waarvoor die bootjes dienden. En bootjes of motoren vervoeren is op zich niet strafbaar", stelde advocaat Johan Platteau. Ook de andere twee, een Pakistaan en een Afghaan, drongen aan op de vrijspraak. Zij waren naar eigen zeggen ter plaatse gestuurd voor het geval de boten en bijhorende spullen niet allemaal in één voertuig zouden kunnen. De uitspraak volgt op 28 oktober. (AFr)