Jocelyne Ingabire (33) was amper tien jaar oud toen ze samen met haar jongere zusjes Rwanda ontvluchtte, nadat haar beide ouders vermoord waren tijdens de genocide van 1994. Ze kwam bij een tante in Brussel wonen en verhuisde later naar een appartement in de Noordhinderstraat in Zeebrugge, waar ze zich in 2016 ontfermde over Benjamin J. (33), een dakloze klaploper met een drankverslaving. Jocelyne nam hem in huis en raakte verliefd. Maar drank en geweld liepen als een rode draad doorheen hun desastreuze relatie.

Op 25 mei vorig jaar hadden de twee opnieuw zwaar gedronken toen ze volgens de buren omstreeks 22 uur zwaar ruzie kregen. De volgende ochtend kreeg J. zijn vriendin niet meer wakker. Hij nam een foto van haar en stuurde die naar een kennis, die hem zei dat hij een dokter moest bellen. Anderhalf uur later belde J. naar zijn huisarts maar die kon niet meteen komen.

Achteraf verklaarde de arts dat J. de ernst van de situatie onvoldoende had benadrukt. En hoewel ze blauwe plekken vertoonde en het appartement vol bloedspatten hing wachtte J. vervolgens nog zes uur om alarm te slaan. Hij dronk nog een fles wijn en kroop zelfs even opnieuw in bed. Rond 20 uur werd in het ziekenhuis de dood van de jonge vrouw vastgesteld en een autopsie wees uit dat brute vuistslagen een fatale hersenbloeding hadden veroorzaakt.

Toch acht procureur Roeland Vasseur het niet bewezen dat J. zijn vriendin, die op het moment van haar overlijden zeven weken zwanger was, bewust liet sterven. "Het moet eerder uit marginaliteit, zattigheid en dommigheid zijn geweest", stelde hij gisteren in de Brugse rechtbank. "Het was geen eenvoudige beslissing om het oogmerk om te doden te schrappen, maar ik nam ze in eer en geweten. Er zijn gewoon onvoldoende bewijzen voor en dat speelt in het voordeel van het beklaagde."

De procureur omschreef J. als een asociaal moederskind, dat niets deed met de kansen die hij kreeg en de schuld hiervoor bij anderen legt. Hij vorderde tien jaar effectieve celstraf wegens opzettelijke slagen en verwondingen met de ongewilde dood van het slachtoffer tot gevolg en met de zwangerschap als verzwarende omstandigheid. Wat de aanleiding voor de feiten juist was zal wellicht altijd een mysterie blijven want J. herinnert zich naar eigen zeggen niets meer. "En na 19 maanden voorhechtenis is dat nog steeds zo", stelde zijn advocate Suzy Cooleman. "Hij wist ook helemaal niet dat ze zijn kind droeg. Ik vraag een milde toepassing van de strafwet."

J. drukte tijdens het proces zijn spijt uit. "Ik zag haar echt graag en wou zelfs kinderen met haar. Ik besefte echt niet dat ze er zo slecht aan toe was. Ik heb haar dood zeker nooit gewild."

Nadia Lorenzetti, de advocate van de zus van Jocelyne, drong er bij de rechter op aan om de feiten alsnog te kwalificeren als doodslag. "Het is hallucinant dat we vandaag in de correctionele rechtbank staan in plaats van het hof van assisen. En dat allemaal door dat ongeloofwaardige verhaal over zijn geheugenverlies. Het oogmerk om te doden staat overduidelijk vast. Op het appartement is een briefje gevonden waarin Jocelyne schrijft dat ze elke dag vreesde voor haar leven."

Ook de tante van Jocelyne stelde zich burgerlijke partij in de zaak en richtte zich in de rechtbank tot J. "Je hebt niet enkel een persoon gedood, maar een hele familie", snikte ze. Volgens advocaat Simon Bekaert was Jocelyne zwaar getraumatiseerd door wat ze meemaakte als kind. "Als je daar als westerling een relatie mee aangaat heb je de verantwoordelijkheid om haar met zorg te omringen. Maar in de plaats werd ze brutaal doodgeslagen, terwijl ze de gruwel van Rwanda overleefde. Dit is het meest tragische levensverhaal dat ik ooit moest aanhoren."

De uitspraak volgt op 14 januari. Als de rechter oordeelt dat het wel degelijk om doodslag ging is ze onbevoegd om over de zaak te oordelen en kan het alsnog tot een assisenproces komen.

(AFr)

Jocelyne Ingabire (33) was amper tien jaar oud toen ze samen met haar jongere zusjes Rwanda ontvluchtte, nadat haar beide ouders vermoord waren tijdens de genocide van 1994. Ze kwam bij een tante in Brussel wonen en verhuisde later naar een appartement in de Noordhinderstraat in Zeebrugge, waar ze zich in 2016 ontfermde over Benjamin J. (33), een dakloze klaploper met een drankverslaving. Jocelyne nam hem in huis en raakte verliefd. Maar drank en geweld liepen als een rode draad doorheen hun desastreuze relatie.Op 25 mei vorig jaar hadden de twee opnieuw zwaar gedronken toen ze volgens de buren omstreeks 22 uur zwaar ruzie kregen. De volgende ochtend kreeg J. zijn vriendin niet meer wakker. Hij nam een foto van haar en stuurde die naar een kennis, die hem zei dat hij een dokter moest bellen. Anderhalf uur later belde J. naar zijn huisarts maar die kon niet meteen komen.Achteraf verklaarde de arts dat J. de ernst van de situatie onvoldoende had benadrukt. En hoewel ze blauwe plekken vertoonde en het appartement vol bloedspatten hing wachtte J. vervolgens nog zes uur om alarm te slaan. Hij dronk nog een fles wijn en kroop zelfs even opnieuw in bed. Rond 20 uur werd in het ziekenhuis de dood van de jonge vrouw vastgesteld en een autopsie wees uit dat brute vuistslagen een fatale hersenbloeding hadden veroorzaakt.Toch acht procureur Roeland Vasseur het niet bewezen dat J. zijn vriendin, die op het moment van haar overlijden zeven weken zwanger was, bewust liet sterven. "Het moet eerder uit marginaliteit, zattigheid en dommigheid zijn geweest", stelde hij gisteren in de Brugse rechtbank. "Het was geen eenvoudige beslissing om het oogmerk om te doden te schrappen, maar ik nam ze in eer en geweten. Er zijn gewoon onvoldoende bewijzen voor en dat speelt in het voordeel van het beklaagde."De procureur omschreef J. als een asociaal moederskind, dat niets deed met de kansen die hij kreeg en de schuld hiervoor bij anderen legt. Hij vorderde tien jaar effectieve celstraf wegens opzettelijke slagen en verwondingen met de ongewilde dood van het slachtoffer tot gevolg en met de zwangerschap als verzwarende omstandigheid. Wat de aanleiding voor de feiten juist was zal wellicht altijd een mysterie blijven want J. herinnert zich naar eigen zeggen niets meer. "En na 19 maanden voorhechtenis is dat nog steeds zo", stelde zijn advocate Suzy Cooleman. "Hij wist ook helemaal niet dat ze zijn kind droeg. Ik vraag een milde toepassing van de strafwet."J. drukte tijdens het proces zijn spijt uit. "Ik zag haar echt graag en wou zelfs kinderen met haar. Ik besefte echt niet dat ze er zo slecht aan toe was. Ik heb haar dood zeker nooit gewild."Nadia Lorenzetti, de advocate van de zus van Jocelyne, drong er bij de rechter op aan om de feiten alsnog te kwalificeren als doodslag. "Het is hallucinant dat we vandaag in de correctionele rechtbank staan in plaats van het hof van assisen. En dat allemaal door dat ongeloofwaardige verhaal over zijn geheugenverlies. Het oogmerk om te doden staat overduidelijk vast. Op het appartement is een briefje gevonden waarin Jocelyne schrijft dat ze elke dag vreesde voor haar leven."Ook de tante van Jocelyne stelde zich burgerlijke partij in de zaak en richtte zich in de rechtbank tot J. "Je hebt niet enkel een persoon gedood, maar een hele familie", snikte ze. Volgens advocaat Simon Bekaert was Jocelyne zwaar getraumatiseerd door wat ze meemaakte als kind. "Als je daar als westerling een relatie mee aangaat heb je de verantwoordelijkheid om haar met zorg te omringen. Maar in de plaats werd ze brutaal doodgeslagen, terwijl ze de gruwel van Rwanda overleefde. Dit is het meest tragische levensverhaal dat ik ooit moest aanhoren."De uitspraak volgt op 14 januari. Als de rechter oordeelt dat het wel degelijk om doodslag ging is ze onbevoegd om over de zaak te oordelen en kan het alsnog tot een assisenproces komen.(AFr)