Op 5 januari 2018 hadden Nizar M. en Y.M. samen enkele glazen wijn gedronken. Na ook nog een kort cafébezoek keerden ze terug naar de woning van de beklaagde. Daar begon M. volgens zijn kameraad plots heel zenuwachtig en negatief te reageren op alles. "Ik zal je vermoorden", zou hij tijdens dat conflict zelfs geroepen hebben. Uiteindelijk werd Y.M. met een fileermes in de hals gestoken. Het slachtoffer was enkele dagen werkonbekwaam, maar verkeerde niet in levensgevaar.

Het verhaal van de beklaagde klinkt enigszins anders. Nizar M. voelde zich naar eigen zeggen niet lekker en zou op café al na enkele slokken bier overgegeven hebben. Toch kwam zijn kameraad die avond opnieuw langs omdat hij zijn e-sigaret daar vergeten had. Bovendien bleef hij aandringen om nog uit te gaan in Oostende. "Mijn cliënt was een kaki, een banaan en druiven aan het snijden. Toen Y. hem langs achter vastpakte, heeft hij zich gewoon omgedraaid met het mes in de hand", aldus meester Mieke Byttebier. Daarna deelde de beklaagde wel nog een kopstoot uit.

Van een gerichte steek is volgens de verdediging dus absoluut geen sprake. Meester Byttebier pleitte dat haar cliënt handelde uit wettige zelfverdediging en zonder de intentie om het slachtoffer te doden. "Hij zat ook amper een maand in voorhechtenis, vormt geen gevaar voor de maatschappij en is perfect geïntegreerd." De verdediging stuurde aan op een werkstraf.

De rechtbank oordeelde dat van een oogmerk tot doden inderdaad geen sprake was. Voor opzettelijke slagen en verwondingen kreeg M. 100 uur werkstraf opgelegd. Als hij die straf niet of onvolledig uitvoert, hangt hem alsnog 20 maanden cel boven het hoofd.

(BELGA)