Het federaal voedselagentschap FAVV eist 24 miljoen euro van onder meer vetsmelters Verkest. Ook een reeks veevoederfabrikanten vraagt zware schadevergoedingen. De Belgische staat en het Vlaams gewest, die eerder tot 400 miljoen euro vergoeding wilden, hebben zich niet in de zaak gesteld.

De dioxinecrisis barstte in 1999 los, nadat dioxines in de voedselketen terecht waren gekomen. Uit onderzoek bleek dat de besmetting zijn oorsprong vond bij het bedrijf Verkest in Deinze en bij het Waalse Fogra.

Mengsel van dierlijk en technisch vet

Het bedrijf Fogra leverde met giftige pcb's besmette vetstoffen aan Verkest, die het aan de veevoederbedrijven verdeelde. De Verkests leverden zogezegd gesmolten dierlijk vet aan meng- en veevoederfabrikanten, terwijl het om een mengsel van dierlijk en technisch vet ging.

Jan en Lucien Verkest werden later schuldig bevonden aan valsheid in geschrifte, het gebruik van valse stukken en bedrog in koopwaar. Op burgerlijk gebied deed de Gentse correctionele rechtbank in 2013 uitspraak. De rechtbank had vetsmelter Verkest veroordeeld tot het betalen van meer dan een miljoen euro aan schadevergoedingen voor benadeelden van de dioxinecrisis. Over de schadevergoeding voor de andere partijen werd toen nog geen uitspraak gedaan.