In 2004 werd David M. veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf en tien jaar terbeschikkingstelling van de regering. De toen 19-jarige man maakte zich schuldig aan verkrachting van minderjarigen en andere zedenfeiten. In een psychiatrische afdeling voor seksuele delinquenten in Beernem leerden M. en Wim V. elkaar kennen. V. was zelf tot vijf jaar voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld voor verkrachting en aanranding van een minderjarige.

In die periode bouwden de mannen volgens de procureur een vriendschappelijke en een seksuele relatie met elkaar op. Toen David M. eigenlijk opnieuw in de gevangenis moest zitten, bood V. hem onderdak aan. Uiteindelijk verbleef de veroordeelde verkrachter ongeveer twee jaar in de woning in Oedelem. Het parket merkte op dat de beklaagde goed wist dat M. geseind stond, want hij hielp hem zelfs op via een sluipweg het huis te verlaten. M. werd op 19 januari 2017 ingerekend.

Wim V. kreeg een minnelijke schikking van 200 euro aangeboden, maar betaalde niet. Daardoor moest hij zich voor de Brugse correctionele rechtbank verantwoorden. "Ik durfde niets zeggen aan de politie omdat ik bang was van David", vertelde hij op zijn proces. De beklaagde vroeg om geen gevangenisstraf uit te spreken, omdat hij opmerkelijk genoeg beweert te zullen moeten zorgen voor het kindje van een koppel dat bij hem inwoont.

(BELGA)