Vanessa Vens na poederbrief: “Dit voelt als een fysieke klap”

Vanessa Vens voor het kantoor van de Oostendse Haard: “Ik laat me hier niet door afschrikken.”© Peter Maenhoudt
Vanessa Vens voor het kantoor van de Oostendse Haard: “Ik laat me hier niet door afschrikken.”© Peter Maenhoudt
Hannes Hosten

Bijna een week nadat ze op haar bureau een verdachte poederbrief openmaakte, laat directeur Vanessa Vens van sociale huisvestingsmaatschappij De Oostendse Haard zich niet afschrikken. Maar het maakte wel indruk, vertelt ze. “Het voelt als een fysieke aanval.”

Bij de Oostendse Haard is het gewoonlijk directeur Vanessa Vens zelf die de post opent. Zo ook vorige donderdag. “Wij zijn een essentiële dienst die nog veel contacten heeft met huurders en kandidaat-huurders in persoon of per brief”, doet ze het relaas. “We waren donderdagochtend met vier van de 14 medewerkers aanwezig. Niet iedereen doet aan telewerk. Ook onze ingenieurs en toezieners lopen binnen en buiten.”

“Toen ik de bewuste enveloppe met de vingers open maakte, vloog er overal wit poeder uit. Op mijn handen, op de zwarte kleren die ik droeg… Ik stoof achteruit, liet de brief vallen en dacht meteen: ik zal toch niets ervan in mijn mond hebben zeker? Ik had mijn mondmasker even niet op. Ik belde een collega dat ze naar boven moest komen en vroeg haar de politie te bellen.”

“Kleren uit doen”

“Ik kreeg opdracht om mijn handen te wassen en terug op mijn stoel te gaan zitten tot de brandweer ter plaatse was”, vervolgt Vanessa. “Even later kwamen de brandweermannen aan, helemaal ingepakt en met beademingstoestellen. Ze vroegen me mijn kleren uit te doen – uiteraard met de nodige privacy – en een wit beschermpak, handschoenen en een FFP-masker aan te trekken. Iedereen die op dat moment in het gebouw was, kreeg het bevel binnen te blijven.”

“Intussen was de Civiele Bescherming onderweg vanuit Brasschaat. Het duurde meer dan twee uur voor ze in Oostende waren. Ik zat op een stoeltje in de gang, alleen, te wachten met een boekje. Ze kwamen dan aan met vier mensen, ook allemaal ingepakt. Zij deden onderzoek naar de aard van het poeder. Mijn kleren en de post stopten ze in speciale zakken en mijn bureau werd professioneel ontsmet. Blijkbaar was het de eerste keer dat zoiets in Oostende voorviel.”

“Niet toxisch”

“Toen ik daar zat, dacht ik gewoon: hopelijk is dit niets. Ik voelde niets bijzonders. Het zijn geen extreem bange uren, ook omdat de hulpdiensten met je blijven praten, uitleggen waar ze mee bezig zijn… Je ziet ze heel procesmatig te werk gaan, heel secuur en gecoördineerd, in opperste staat van alertheid. Na het onderzoek gaf de Civiele Bescherming het gebouw vrij en zeiden dat het poeder niet toxisch was.”

“Pas toen ze vertrokken waren en ik daar achterbleef, dacht ik bij mezelf: wat is hier vandaag gebeurd? Drie diensten hadden in deze moeilijke tijden kostbare uren aan ons moeten spenderen. Het nam een hele werkdag in beslag, waarin wij bijna niemand konden helpen en alle afspraken hebben moeten afbellen. Juist nu het zo’n zottenkot is! Dit heeft een grote impact”, vindt Vanessa.

“Achteraf emotioneel”

“Ik heb niet geweend, maar achteraf was ik wel emotioneel en stil. Je denkt ook aan de kwetsbaarheid van de mensen rondom je, voor wie je verantwoordelijk bent. Gelukkig hebben mijn collega’s, onze voorzitter, de hulpdiensten… goed voor me gezorgd. Ook de burgemeester belde. De douche die ik die avond nam, was de beste van mijn leven. Ik voelde me zo vies. Mijn kleren gingen mee voor onderzoek, maar vrijdagavond kreeg ik telefoon van de politie dat alles veilig was. Ik heb mijn kleren intussen terug.”

“De brief was niet aan mij persoonlijk gericht. Op de enveloppe stond de naam ‘Oostendse Haard’ en ons adres, maar voor de rest heb ik er niets aan gezien. Ik heb geen idee wie de afzender is. Natuurlijk moeten wij als sociale huisvestingsmaatschappij soms negatieve boodschappen brengen en kunnen wij niet alle wensen van de mensen inwilligen. Je voelt de sfeer dan wel grimmiger worden. Maar we weten niet of de afzender zo iemand is. Het kan iedereen zijn, ook een flauwe grappenmaker. Ik hoop alleen dat het niet iemand is die ik ken.”

“Ik doe post weer open”

Intussen gaat voor Vanessa het werk weer zijn gewone gangetje. “Ik lig hier niet wakker van en wil me hier niet door laten afschrikken”, benadrukt ze. “Ik ben ook niet bang om de post open te maken, al doe ik dat nu wel met handschoenen en een mondmasker aan. Je weet maar nooit. Zo’n poederbrief voelt aan als een fysieke aanval. Alsof iemand je een klap geeft. Ik hoop dat niemand dit nog moet meemaken. En dat ze de dader vinden en hem of haar kunnen zeggen dat zoiets niet kan.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.