De zaak draait rond een constructie waarmee royalty's worden geïnd op het Uniclic-systeem, waarbij laminaat geplaatst wordt zonder lijm te gebruiken. Volgens de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) zette Unilin een schijnconstructie op om Belgische belastingen te mijden en de Uniclic-winsten door te schuiven naar Ierland en Luxemburg, waar ze amper belast werden. Op papier moesten alle bedrijven die een licentie wilden royalty's betalen aan de Ierse vennootschap. Maar in werkelijkheid stortten ze die royalty's gewoon op een Belgische rekening van Unilin, geopend bij het ING-kantoor in Desselgem.

Uit de jaarrekening van Unilin blijkt dat de groep zes nieuwe belastingclaims van de BBI heeft gekregen voor de aanslagjaren 2013 tot en met 2018, na eerdere belastingaanslagen voor de jaren 2006 tot en met 2012. "Op 22 maart ontving Unilin BVBA de bijkomende aanslagbiljetten voor aanslagjaren 2013, 2014, 2015 en 2016, respectievelijk voor een bedrag van bijkomende belastingen, inclusief boete doch te verhogen met nalatigheidsinteresten, van 39,8 miljoen, 11,4 miljoen, 23,9 miljoen en 30,6 miljoen euro", meldt de jaarrekening. De bijkomende belasting voor aanslagjaren 2017 en 2018 wordt geschat op 92,1 miljoen en 78,2 miljoen euro, maar daarvoor werd nog geen bijkomend aanslagbiljet ontvangen. In totaal liepen de belastingen en boetes die de BBI claimde op tot 547 miljoen euro.

In 2016 kreeg Unilin van de rechtbank van eerste aanleg in Brugge echter gelijk in een zaak over de aanslagjaren 2006 en 2010 en in 2018 kreeg het bedrijf eveneens gelijk over 2007, 2008, 2009 en 2011, maar de BBI ging in beroep. Unilin bleef erbij dat alles volgens de regels was verlopen en net als de eerste rechter geeft ook het hof van beroep hen nu gelijk.

In een persbericht tonen Unilin en moederbedrijf Mohawawk zich "verheugd" dat het Gentse hof van beroep "een einde maakt aan de loze beschuldigingen van de BBI" en oordeelde dat er geen sprake was van onrechtmatige fiscale constructie. Unilin wijst erop dat een Nederlandse vennootschap van Unilin in 1996 een patentaanvraag indiende op het kliksysteem. "De BBI wilde de belangrijke stroom aan royalty's in België laten belasten, hoewel het patent nooit tot een Belgische vennootschap behoorde." Het hof oordeelde immers dat de inkomsten toebehoorden aan de eigenaar van het patent en niet aan de uitvinder.

Unilin betreurt tot slot "de imagoschade die het opliep door de foute berichtgeving in de media" over onrechtmatige fiscale constructies.