Op 18 maart 2018 deed R.V. (20) samen met zijn moeder aangifte van het gewelddadige incident. Twee dagen eerder was de Bredenaar naar eigen zeggen te voet onderweg naar een vriend op de Oostendse wijk Opex. Toen hij nog even iets ging ophalen in een garagebox, dook een gewapende man plots onder de sluitende poort. Met een luchtdrukwapen schoot S.C. meermaals van dichtbij op het slachtoffer.

R.V. kon nog een klap en een kniestoot uitdelen, waardoor de beklaagde de benen nam. Bij de schietpartij liep het slachtoffer verwondingen aan zijn arm en zijn linkeroog op. Volgens het openbaar ministerie heeft de jongeman zelfs blijvende ernstige schade overgehouden aan de feiten, maar hij stelde zich geen burgerlijke partij.

De verdediging legde uit dat V. als dealer geen onbekende is voor justitie. S.C. zou hem meermaals gevraagd hebben om uit de buurt van zijn minderjarige broer te blijven, maar blijkbaar trok het slachtoffer zich daar niets van aan. "Daarom heeft hij hem die dag opgewacht aan zijn opslagplaats voor verdovende middelen", aldus meester Nadia Lorenzetti. Volgens de advocate beseft haar cliënt zijn fout en heeft hij zijn leven nu wel op de rails. In die omstandigheden vroeg de verdediging met succes om een straf met uitstel, gekoppeld aan voorwaarden.

Het slachtoffer was afgelopen zomer op een heel andere manier betrokken bij een schietpartij. Tijdens een ruzie met een oude kameraad loste R.V. in het station van Oostende twee schoten met een vuurwapen. Sindsdien zit hij in voorhechtenis. Binnenkort zal V. zich op verdenking van poging tot doodslag voor de correctionele rechtbank moeten verantwoorden.

(Belga)