Het levenloze lichaam van T.G. werd op 2 maart aangetroffen op het appartement van Andries L. (33) in Oostende. Alles wees onmiddellijk in de richting van een overdosis drugs. De speurders vonden immers gebruikte spuiten en een klomp van 20 gram heroïne. Het slachtoffer was bezweken aan een combinatie van cocaïne en heroïne. Volgens de burgerlijke partijen kocht G. regelmatig cocaïne bij L., maar was hij absoluut geen heroïnegebruiker.

Andries L. bekende dat hij op zijn appartement samen met het slachtoffer en Jurgen H. (35) drugs had gebruikt. De beklaagde beweert echter dat hij die avond van de wereld was na een shot heroïne. "Hij wist dat H. er op dat moment nog was. Daarom belde hij eerst H. toen hij het slachtoffer had aangetroffen en pas daarna de hulpdiensten", aldus zijn advocaat Bram Elyn.

Ook Jurgen H. ontkent zijn verantwoordelijkheid voor de dood van het slachtoffer. De aangetroffen klomp heroïne is naar eigen zeggen niet van hem afkomstig. H. zou volgens zijn verklaring ook geweigerd hebben om G. een shot heroïne toe te dienen. Toen het slachtoffer uren later werd aangetroffen, zat H. zijn roes uit te slapen in zijn wagen.

De nabestaanden van het slachtoffer hekelden de houding van de beklaagden. "Als je een echte man bent, zeg je vandaag wat er echt gebeurd is", klonk het. Het blijft immers onduidelijk wie de heroïne heeft toegediend.

Andries L. en Jurgen H. hangt respectievelijk twee jaar en 37 maanden effectieve celstraf boven het hoofd. De verdediging drong echter aan op een straf met uitstel, gekoppeld aan voorwaarden.

De rechtbank doet uitspraak op 9 december.

(BELGA)