Renaat Landuyt verdedigt West-Vlaamse slachtoffers van 22/03: “Ik weet de zwakke plekken in de wetten zitten, ja”

Olivier Neese

‘Kameraad Renaat’ is weer ‘Advocaat Renaat’. Als pleiter in internationale strafzaken over de aanslagen van 22 maart en het Essex-drama bereikte Renaat Landuyt bij zijn comeback in de advocatuur heel snel opnieuw het hoogste niveau binnen de advocatuur. “Ik pleit nu met wetartikels die ik zelf hielp opstellen.”

Van vier hoog in zijn kantoor in de Zwijnstraat in Brugge kijkt Renaat Landuyt uit op het Concertgebouw, de Sint-Salvatorskathedraal, de Onze-Lieve-Vrouwetoren en het Belfort. En op de bouwwerken van het nieuwe Congres- en Beursgebouw, een van zijn grootste projecten als gewezen burgemeester van Brugge. “Zo zie ik dagelijks de vooruitgang, want ik denk niet dat ze me nog zullen uitnodigen voor de opening”, lacht hij. Maar dat is het verleden. Tegenwoordig is hij weer fulltime advocaat. Als pleiter in de internationale strafzaken over de aanslagen van 22 maart 2016 in Brussel en het Essex-drama – waarbij 39 Vietnamezen stierven in een koelwagen die langs Zeebrugge passeerde – haalde hij meteen weer het hoogste niveau.

U heeft een rol in twee internationale zaken. Van een comeback gesproken…

“Als minister of burgemeester kon ik moeilijk blijven pleiten, dus dit is eigenlijk mijn tweede comeback. Of de derde keer dat ik start als advocaat. Misschien is dit wel de goede keer. (lacht) Als startend strafpleiter had ik heel wat assisenzaken. Piet Van Eeckhaut was mijn ideaal. Toen belde André Van Nieuwkerke, op vraag van Franck Van Acker, om in de politiek te stappen. Als sociaal geïnspireerd advocaat was ik hem opgevallen. En dan is alles heel vlug gegaan. Maar het juridische is altijd de rode draad in mijn carrière geweest. Toen ik begin de jaren negentig in het parlement kwam, moest ik meteen zetelen in de commissies van de zaak-Van Rossem, de Agusta-affaire… Ik denk dat ik ze daarna zowat allemaal gevolgd heb voor de partij. Mijn grote vaststelling was dat de politiek niet wist van het gerecht en het gerecht niets van de politiek. Daarin was ik verbindingspersoon. Omdat ik zoveel met het juridische bezig was en er zoveel invloed op had, denken velen, zelf op het hoogste niveau, dat ik ooit minister van Justitie ben geweest.” (lacht)

Is uw politiek verleden een voor- of een nadeel als advocaat?

“Al 40 jaar ben ik ingeschreven aan de balie, maar de helft daarvan was ik niet actief door mijn politieke carrière. Dat ik jarenlang niet heb kunnen pleiten, kan ik compenseren omdat ik in die jaren op een andere manier met recht bezig ben geweest. Als gewezen wetgever weet ik hoe wetteksten gemaakt worden. Nu pleit ik met wetteksten die ik hielp opstellen. Recent was er een zaak van iemand die als bedelend geld van een dame ontfutseld had. De procureur greep naar een artikel die we destijds opgemaakt hadden in de strijd tegen sektes, dat spreekt over het ernstig aantasten van het vermogen door beroep te doen op de zwakte van iemand. Mij viel direct op dat de procureur het woordje ‘ernstig’ niet vermeld had in zijn dagvaarding. Zijn ‘toepassing van de wet’ was niet juist. Hop, argument weg. Dat is leuk, daar kan ik het verschil maken.”

Heeft u een idee in hoeveel wetteksten u een vinger had?

(blaast) “De drukste periode waren de jaren negentig, dan heb ik alle belangrijke wetgevingen meegemaakt en in alle commissies gezeten. Elke avond herlees ik teksten die ik zelf heb gemaakt. En ik weet over welke passages ik me toen kwaad maakte tegenover mijn collega’s omdat ik vond dat we de deur open lieten. En die zie ik nu in de praktijk. Ik weet de zwakke plekken zitten. En als advocaat maak ik er gebruik van, ja.”

Dan ontstaat het beeld van justitie dat er te veel gegrepen wordt naar procedurefouten en er een soort van straffeloosheid heerst .

“Het aantal nietigheden zijn gezakt door één artikeltje dat we aan de wet hebben toegevoegd. Pakweg een handtekening die ontbreekt op een document is niet meer genoeg voor een nietigheid. Daar zijn veel procedure-advocaten kwaad over, maar just is just voor mij. Dat artikeltje – artikel 42 voorbereidende titel wetboek van strafvordering – heet de wet-Landuyt. De enige wet die effectief naar mij genoemd is. Ik herinner me nog hoe ze in het parlement met me lachten, maar in de praktijk zie ik bijna elke dag het gebruik ervan. Trouwens, als advocaat moeten we elk jaar vormingen volgen. En dan moet ik een uitleg volgen over die wetteksten die ik zelf gemaakt heb. Leuk als sommige lesgevers of magistraten me dan herkennen in het lokaal.” (lacht)

U gaat niet mee in het negatieve beeld van de straffeloosheid van justitie?

“Is er straffeloosheid? Ja, maar tijdelijk. Je moet een echte kunstenaar zijn om misdrijven te blijven plegen. Dat is bij ons zeer moeilijk geworden. Ik heb er altijd voor gestreefd om dat te verbeteren en dat zie ik nu ook. De afgelopen jaren is er veel veranderd. Ik zie jonge, dynamische mensen, die veel meer gestudeerd hebben dan hun voorgangers en sterkere juristen zijn. Het politieonderzoek, met het gebruik van gsm- en bankgegevens, is veel slimmer geworden. Maar de strafuitvoering: dat is nog iets anders. Dat heeft te maken met een gebrek aan plaats in de gevangenissen en jeugdinstellingen.”

“Door corona werken de rechtbanken veel beter” – Renaat Landuyt

Wat is voor u het grote werkpunt voor justitie?

“Door corona zijn we nu op de goede weg, maar de digitalisering kan nog verder uitgerold worden. Vincent Van Quickenborne is als nieuwe minister van Justitie daar de perfecte man voor. Weet je, door corona werken de rechtbanken veel beter. De onnodige bijeenkomsten zijn geschrapt en wie al digitaal wilde werken, kan dat nu ook doen. Vroeger moest je alles op papier nog fysisch gaan neerleggen bij de rechtbank, nu kan je alles digitaal en vlot doorsturen. Maar ik voorspel je dat er een tijd zal komen dat men de toegang tot de rechtbank weer makkelijker voor de gewone mensen zal moeten maken.”

Hoe bedoelt u?

“Door allerlei kleine regeltjes is de stap naar de rechtbank véél duurder geworden. Dat verwijt ik de vorige minister van Justitie Koen Geens. Toen ik dat zag gebeuren, was het een van de weinige keren dat ik hoopte om weer even in het federaal parlement te zitten. Dat wou ik met hand en tand bestreden hebben. Een voorbeeld: als je een dispuut hebt over een zetel van 3.000 euro, dan kunnen de gerechtskosten bijna even hoog oplopen. Het loont voor veel mensen de moeite niet meer om een zaak aan te spannen. Rechtszaken over de gewone zorgen van de mensen worden langzaam onbetaalbaar voor wie zich niet kon verzekeren. En het grootste slachtoffer is de middenklasse. Wie veel geld heeft, kan een advocaat kiezen. Grote bedrijven en banken hebben een abonnement bij kantoren. Wie weinig of geen geld heeft, kan beroep doen op een gratis pro deo-advocaat. Ja, daar zal men snel op moeten terugkomen.”

Eind deze maand wordt u er 62. Dat is een leeftijd waar het pensioen toch zeer snel nadert.

“Op mijn verjaardag, op 28 januari, valt de uitspraak in de zaak-Jan De Cock, waarbij de kunstenaar aangeklaagd is voor een vermeend racistisch incident. Aan de rechtbank heb ik een cadeau voor mijn verjaardag gevraagd, maar de humor kwam niet toe. (lacht) Het is mijn volle intentie om nog tien jaar vol te werken. Minstens tien jaar! De advocatuur is een job die je kan doen tot je erbij neervalt. Zeker als je dat met passie doet. Ik voel bij mezelf dat ik herleef. Fysisch voel ik me ook stukken beter. Er is tien kilogram af. Ik zwem, loop en fiets, elke week leg ik mijn kilometers af. Binnenkort kan ik een triatlon doen. (lacht) Ik voel me beter dan tijdens die zes zware jaren, ja.”

Nochtans noemde u de job van burgemeester van Brugge de mooiste job ooit.

“Dat is waar, maar eenmaal bezig – als minister, burgemeester of advocaat – slorpt de passie mij volledig op. Ik dacht om het iets rustiger aan te doen, maar ik ben dat weer helemaal aan het verknoeien.” (lacht)

“Jongeren, doe aan politiek maar niet als beroep”

Al heel zijn leven houdt Renaat Landuyt notaboekjes bij. Op basis daarvan wil hij een boekje uitbrengen over de mechanismes in de politiek. (foto Belga)©matthys BELGAIMAGE
Al heel zijn leven houdt Renaat Landuyt notaboekjes bij. Op basis daarvan wil hij een boekje uitbrengen over de mechanismes in de politiek. (foto Belga)©matthys BELGAIMAGE

“Het is sterker dan mezelf, maar de politiek – zowel nationaal als lokaal – volg ik nog op de voet. Door mijn ervaring raad ik meestal wat er zal gebeuren. Als er lange discussies zijn, weet ik al wat ze zullen beslissen. Over die mechanismes in de politiek wil ik nog eens iets schrijven. Die wil ik proberen uit te leggen. Al heel mijn leven hou ik notaboekjes bij en momenteel ben ik mijn volledige carrière aan het overlopen. Aan de hand daarvan wil ik in een boekje de theorie naast de praktijk leggen.”

“Wat me onder meer opvalt: vroeger had men meer tegengestelde opinies, maar waren er minder conflicten. Nu ligt alles heel dicht bij elkaar, inhoudelijk is de consensus nog nooit zo groot geweest. Toch zijn er meer discussies. Hoe komt dat? Omdat er géén inhoud meer is. Ze vallen over details.”

“Los van de extremen kan tegenwoordig iedereen met iedereen samenwerken Er staat ook een heel nieuwe generatie politici op, die andere combinaties zijn dan hun voorgangers en waardoor je verrassende samenwerkingen krijgt. Kijk naar Oostenrijk of Frankrijk. Dat is niet beter of slechter, dat is anders.”

“Politici zouden zich veel meer bewust mogen zijn dat er dankzij de politiek heel veel functioneert zónder de politiek. Als de administratie goed functioneert, werkt het land, de provincie of de stad gewoon verder. Via de VVSG (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, red.) hebben gemeenten onderling contact. Kijk eens rond je: in elke gemeente gebeurt hetzelfde. Soms zijn er accentverschillen door de persoonlijkheden in het schepencollege, maar allemaal doen ze hetzelfde. In dezelfde periode wilden ze allemaal een zwembad of een bibliotheek. Nu kijkt iedereen naar het beter gebruik maken van de publieke ruimte. De trends zie je overal.”

Bezorgd

“Het grootste probleem is dat men niet meer weet waarom men aan politiek doet. Politiek is geen doel maar een middel. Het doel is om je programma te realiseren, niet om je partij groter te maken. Ik hoop dat nog veel jonge mensen aan politiek willen doen, maar ik ben bezorgd. Als ik iets schrijf, zal het positief zijn. Een oproep om aan politiek te doen ook zonder er je beroep van te maken.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.