Rechter dwingt ‘Jambersboeren’ met dwangsom om afval niet meer te verbranden

Vader Joël (82) en zoon Marc (54) Martain werden bekend door Jambers. © foto TP
Redactie KW

De ouderwetse boeren Joël en Marc Martain, ooit bekend door Jambers, zijn veroordeeld voor milieuvervuiling op hun oude hoeve in de Westhoek. Ze krijgen zes maanden cel met uitstel en er dreigt een dwangsom, als hun afval niet tijdig opgeruimd wordt. “Maar dat kunnen we niet betalen”, reageren vader en zoon, die er samen willen blijven boeren. Tot ze er bij neervallen.

“Wij verbranden al heel ons leven ons afval.” Vader Joël (82) en zoon Marc (54) Martain zijn boeren van de oude stempel. Zo leerde Vlaanderen hen ook kennen door de reportages van Paul Jambers. Maar ook zij moéten mee met hun tijd. Desnoods via de rechtbank.

De boeren, die al heel hun leven samenwonen op een oude boerderij op de grens van de twee Westhoekdorpjes Zillebeke en Zandvoorde, werden maandag allebei in Kortrijk veroordeeld tot zes maanden cel met uitstel voor milieuvervuiling bij hun erf door de aanwezigheid van asbest en ander afval. De rechter geeft hen drie maanden om hun afval op te ruimen, anders volgt een dwangsom van 150 euro per dag. “Dat kunnen wij niet betalen”, reageert Marc. “Of we moeten grond verkopen, maar we komen amper rond met de inkomsten van onze akkers.”

“Schiet mij dood”

Zijn vader, die hardhorig is en niet meer kan lopen zonder een rollator, herhaalt deels wat hij ook tijdens de pleidooien in de rechtbank zei. “Schiet mij dood of steek mij in de gevangenis, daar heb ik het nog beter dan hier.”

Afval verbranden zit er niet meer in, op bevel van de rechter.
Afval verbranden zit er niet meer in, op bevel van de rechter. © foto TP

“Als we ons leven nu mogen herdoen, we zouden niet meer aan de boerenstiel beginnen”, pikt zijn zoon in. “We krijgen zoveel gezaag en we betaalden al duizenden euro’s door dwangsommen en opruimingskosten. We lieten bijvoorbeeld al 150 asbesthoudende platen en enkele koelkasten verwijderen. En ons afval durven we niet meer te verbranden. Ik hoop dat we nu voldoende opgeruimd hebben, zodat we die aangekondigde dwangsom niet krijgen. Dat baart ons grote zorgen.”

Weesgegroetjes

De oude hoeve verkopen en verhuizen, dat krijgt de familie Martain niet over hun hart. “Mijn vader begon hier in 1937 en ik ben er geboren”, vertelt Joël. “We blijven hier boeren, tot in de kist. Intussen bid ik weesgegroetjes op een goede afloop.”

Als het van zijn zoon afhangt, verhuist Joël toch naar een woonzorgcentrum, voor even toch. “Van zodra corona het toelaat, wil ik mijn vriendin bezoeken op de Filippijnen”, aldus Marc.

“Mijn Filippijnse vrouw heeft mij verlaten, de derde al in mijn leven”, klaagt Joël. “Maar ik heb er vertrouwen in, dat Onze Lieve Vrouw hierboven op mij zit te wachten en de poorten van de hemel voor mij zal openen.” (TP)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.