De jonge Oost-Vlaamse vertrok in de loop van 2014 onder invloed van een Antwerpse vriend naar Syrië. Daar beviel ze in oktober 2015 van een zoontje. De vader van het kind zou eerder al gesneuveld zijn in de buurt van IS-bolwerk Raqqa, maar werd in 2016 toch tot vijf jaar cel veroordeeld voor deelname aan terroristische activiteiten. Volgens haar advocaat besefte H. na zijn dood al dat ze in het kalifaat eigenlijk niets te zoeken had.

De jonge vrouw dook eind december 2016 op aan de Syrisch-Turkse grens. Ze stond op het punt om een tweede keer moeder te worden en wilde naar huis terugkeren. Bij aankomst op de luchthaven van Zaventem werd ze eind maart 2017 gearresteerd. Haar jongste kind was toen amper een maand oud. De volgende dag werd de verdachte door de onderzoeksrechter in Brugge aangehouden op verdenking van deelname aan een terroristische organisatie.

Op 26 september 2017 besliste de raadkamer dat de vrouw de gevangenis mocht verlaten. In dat oordeel speelde het verslag van de gerechtspsychiater een grote rol. Volgens de deskundige was er immers een laag risico op recidive en vormde H. geen gevaar voor de maatschappij. De jonge moeder kreeg toen wel een hele reeks strenge voorwaarden opgelegd. Zo mocht de vrouw niet op internet of sociale media en mocht ze zelfs geen smartphone gebruiken.

Op vraag van de verdediging werden op de zitting van 26 november conclusietermijnen bepaald. De advocaat van de beklaagde en het federaal parket kregen de afgelopen maanden dus de kans om hun standpunten op papier te zetten. Maandagochtend zullen de pleidooien gehouden worden. De uitspraak wordt ongeveer een maand later verwacht.

(BELGA)