In de nacht van 31 maart op 1 april 2012 kwamen bij Krismar in Wingene twee Poolse mecaniciens om het leven bij een zware loodsbrand. Twee andere werknemers raakten gewond. De vier lagen samen met zeven andere Poolse werknemers in de loods te slapen toen de brand uitbrak. De precieze omstandigheden van de ramp werden nooit uitgeklaard, maar het onderzoek wees wel uit dat het bedrijf zich op grote schaal schuldig maakte uitbuiting van Poolse truckers en mecaniciens. Liefst 168 werknemers zouden niet correct betaald zijn geweest.

Krismar zou op die manier ruim 4 miljoen euro verdiend hebben op de kap van de Polen. Het arbeidsauditoraat wil dit bedrag verbeurd laten verklaren en voor de mensenhandel riskeert Kris C. op papier tien jaar celstraf. Kris C. en zijn bedrijf moeten zich naast sociale dumping en mensenhandel ook verantwoorden voor onopzettelijke doding en huisjesmelkerij. In de beklaagdenbank zit naast Kris C. ook nog een Poolse man. Dariusz W. zou in Polen palletherstellers hebben gerekruteerd voor het bedrijf van C. Ook hij wordt verdacht van mensenhandel. Ook vier vennootschappen van Kris C. moeten zich verantwoorden.

De zaak kwam woensdag voor de correctionele rechtbank in Brugge waar de verdediging de rechter vroeg om ze voor onbepaalde tijd uit te stellen. Volgens advocaat Frederik Vanden Bogaerde moet er eerst duidelijkheid komen over de attesten rond de betaling van sociale bijdragen in het buitenland. Maar arbeidsauditeur Filiep De Ketelaere verzette zich daar hevig tegen. "Die administratieve procedure heeft geen invloed op deze rechtszaak. De verdediging probeert de zaak naar de vergeetput te sturen."

De rechter stelde de zaak vervolgens uit naar 29 april 2020 om te pleiten.

(AF)