De bal ging in januari 2017 aan het rollen door feiten van woonstschennis bij de ouders van het meisje in Jabbeke. Volgens het parket was de jonge vrouw op dat moment al maanden het slachtoffer van de psychologische en fysieke terreur van haar vriendje. R.D. moest zich immers ook verantwoorden voor verkrachting, belaging, opzettelijke slagen en verwondingen, wederrechtelijke vrijheidsberoving en doodsbedreigingen. De meeste feiten speelden zich af in Gent, waar beide betrokkenen op kot zaten.

Van seks zonder toestemming was volgens de verdediging nooit sprake. Het OM citeerde echter uit een lange brief die R.D. zelf aan zijn slachtoffer richtte. Daarin kwam wel aan bod dat hij intimiteit zou geëist hebben. "Ik besef nu dat ik niemand tot seks kan dwingen", stond er ook. De rechtbank oordeelde dat de verkrachting niet bewezen was.

Ondertussen heeft D. zich intensief voor zijn problemen laten begeleiden. Nochtans had hij eerst aangegeven geen trek te hebben in probatievoorwaarden. Volgens de verdediging gebruikte de beklaagde toen ook vaak cannabis, maar is hij daar ondertussen mee gestopt. "Ik wil verder werken aan mijn problematiek", zei D. in zijn laatste woord. De komende jaren zal de beklaagde zich alleszins aan een reeks voorwaarden moeten houden.

(BELGA)