Het hulpbehoevende slachtoffer uit Assebroek kreeg bijstand van twee mantelzorgers: een man die haar met de wagen rondvoerde en beklaagde C.D. (56) die huishoudelijke taken verrichtte. Op 6 juni 2018 kwam de 69-jarige dame zwaar ten val en werd ze in in allerijl naar het ziekenhuis gebracht waar ze weggleed in een coma. Daags na de val zag de stiefzoon van het slachtoffer de bromfiets van C.D. voor de woning van zijn stiefmoeder staan.

Hij belde aan en toen C.D. kwam opendoen - als mantelzorgster beschikte ze over een sleutel - maande hij haar aan om meteen weg te gaan. De collega-matelzorger van C.D. verklaarde achteraf dat er een enveloppe met ruim 500 euro, een bankkaart en een gouden horloge gestolen werden in de woning. Met de bankkaart werd nog eens ruim 700 euro afgehaald. Hierop diende de stiefzoon een klacht in tegen C.D. Die ontkende de diefstal in alle talen, zelfs toen ze geconfronteerd werd met camerabeelden van het bankkantoor waar het geld van de rekening werd gehaald. "Ik was daar om mijn eigen bankzaken te regelen", beweerde ze. Het openbaar ministerie hecht daar geen geloof en vraagt twaalf maanden cel voor C.D., die nog een blanco strafblad heeft maar in het verleden wel al eens van loondiefstal beticht werd. Dat dossier werd toen geseponeerd.

Volgens haar advocaat bekent C.D. de geldafhaling nu toch. "Maar de diefstal van het horloge en die enveloppe met geld ontkent ze nog altijd met klem. Buiten de verklaringen van de collega is er overigens geen enkel bewijs dat dat horloge en het geld daadwerkelijk in het huis lagen." De raadsman vroeg de gunst van de opschorting voor zijn cliënte, die zelf niet aanwezig was op het proces. "Zij zag het slachtoffer als een moeder en durfde hier vandaag niet aanwezig te zijn", aldus de advocaat van C.D. Het slachtoffer overleed een viertal maanden na de valpartij. De uitspraak volgt op 21 oktober.

(AFr)