Op 2 juni 2017 werd het levenloze lichaam van P.V. aangetroffen in een woning in de Baliestraat in Brugge. Alles wees erop dat het slachtoffer heroïne had gebruikt. Verder onderzoek toonde aan dat hij ook medicatie, cocaïne en amfetamines had genomen. D.B. (32) besefte wel dat zijn kameraad eigenaardig snurkte, toch bekommerde hij zich bijna een ganse dag niet om het lot van het slachtoffer. De verdediging vroeg de vrijspraak, maar B. werd uiteindelijk tot 18 maanden voorwaardelijke celstraf veroordeeld.

In hun zoektocht naar de leverancier van de heroïne kwamen de speurders snel bij Detlef L. (47) terecht. Volgens zijn advocate Daphné Florequin staat het echter niet vast dat die gram heroïne de dood van P.V. veroorzaakte. D.B. en het slachtoffer gebruikten samen slechts een halve gram, terwijl van de amfetamines en de cocaïne wel dodelijke hoeveelheden werden teruggevonden. Het openbaar ministerie vorderde vier jaar effectieve gevangenisstraf. L. liep immers al meerdere ernstige veroordelingen op voor het dealen van drugs.

Enkele maanden later werd ook de leverancier van de cocaïne ingerekend. D.V. (30) ontkent echter eveneens dat ze verantwoordelijk is voor de dodelijke afloop. Voor D.V. en haar vriend T.V. werd respectievelijk twee jaar en 25 maanden cel gevorderd. Twee beklaagden met een kleiner aandeel in de zaak kregen bij verstek tien maanden effectieve celstraf.

De rechtbank oordeelde dat Detlef L. wel degelijk verantwoordelijk is voor de dood van het slachtoffer. In het vonnis werd wel rekening gehouden met een veroordeling voor feiten uit dezelfde periode. Daarom kreeg L. slechts een jaar bijkomende gevangenisstraf opgelegd. Op 28 november werd hij voor recentere feiten van heroïnehandel wel al tot 40 maanden effectieve celstraf veroordeeld. D.V. en T.V. kregen uiteindelijk respectievelijk twee jaar en 25 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.

(Belga)

Op 2 juni 2017 werd het levenloze lichaam van P.V. aangetroffen in een woning in de Baliestraat in Brugge. Alles wees erop dat het slachtoffer heroïne had gebruikt. Verder onderzoek toonde aan dat hij ook medicatie, cocaïne en amfetamines had genomen. D.B. (32) besefte wel dat zijn kameraad eigenaardig snurkte, toch bekommerde hij zich bijna een ganse dag niet om het lot van het slachtoffer. De verdediging vroeg de vrijspraak, maar B. werd uiteindelijk tot 18 maanden voorwaardelijke celstraf veroordeeld. In hun zoektocht naar de leverancier van de heroïne kwamen de speurders snel bij Detlef L. (47) terecht. Volgens zijn advocate Daphné Florequin staat het echter niet vast dat die gram heroïne de dood van P.V. veroorzaakte. D.B. en het slachtoffer gebruikten samen slechts een halve gram, terwijl van de amfetamines en de cocaïne wel dodelijke hoeveelheden werden teruggevonden. Het openbaar ministerie vorderde vier jaar effectieve gevangenisstraf. L. liep immers al meerdere ernstige veroordelingen op voor het dealen van drugs. Enkele maanden later werd ook de leverancier van de cocaïne ingerekend. D.V. (30) ontkent echter eveneens dat ze verantwoordelijk is voor de dodelijke afloop. Voor D.V. en haar vriend T.V. werd respectievelijk twee jaar en 25 maanden cel gevorderd. Twee beklaagden met een kleiner aandeel in de zaak kregen bij verstek tien maanden effectieve celstraf. De rechtbank oordeelde dat Detlef L. wel degelijk verantwoordelijk is voor de dood van het slachtoffer. In het vonnis werd wel rekening gehouden met een veroordeling voor feiten uit dezelfde periode. Daarom kreeg L. slechts een jaar bijkomende gevangenisstraf opgelegd. Op 28 november werd hij voor recentere feiten van heroïnehandel wel al tot 40 maanden effectieve celstraf veroordeeld. D.V. en T.V. kregen uiteindelijk respectievelijk twee jaar en 25 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.(Belga)