De bal ging aan het rollen toen K.V. in het voorjaar van 2018 een seksdate gepland had met een man uit Antwerpen. Die man stelde vast dat de beklaagde een seksfilmpje van een 14-jarig meisje zat te bekijken. Op basis van zijn verklaringen werd een onderzoek naar feiten van kinderporno opgestart.

Dankzij een huiszoeking bleek dat de Beernemnaar inderdaad over tientallen beelden met kinderpornografisch materiaal beschikte. Tijdens Skypegesprekken beweerde hij zelfs 'op zoek te zijn naar jonge meisjes om ze te verkrachten'. V. bracht tegenover zijn chatpartners ook zijn eigen minderjarige dochters ter sprake. In augustus 2018 belandde de beklaagde een maand in voorhechtenis.

De verdediging benadrukte dat V. zelf nooit kinderen heeft misbruikt. De beklaagde gebruikte in die periode veel cocaïne, om meer te kunnen werken. "Hij heeft al een zware prijs betaald. De voorhechtenis was moeilijk, zijn beste maat heeft hem laten vallen en hij ziet zijn kinderen niet meer", pleitte meester Kris Vincke. Na zijn vrijlating liet V. zich onmiddellijk begeleiden voor zijn problemen. In die omstandigheden vroeg de verdediging opschorting van straf, gekoppeld aan voorwaarden. Het openbaar ministerie ziet die voorwaarden liever gekoppeld aan een gevangenisstraf met uitstel.

De rechter doet uitspraak op 15 november.

(BELGA)