Op 27 juni 2019 werd O.T. in Oostende op straat staande gehouden door de beklaagde. G. gaf zich uit voor politieman door hem zijn pasje van bewakingsagent te tonen. In de wagen kreeg het slachtoffer een bivakmuts over het hoofd en werden zijn handen g...

Op 27 juni 2019 werd O.T. in Oostende op straat staande gehouden door de beklaagde. G. gaf zich uit voor politieman door hem zijn pasje van bewakingsagent te tonen. In de wagen kreeg het slachtoffer een bivakmuts over het hoofd en werden zijn handen gekneveld met spanbandjes. De rit ging uiteraard niet naar het politiebureau, maar naar een garagebox. Daar kreeg T. nog schoppen van de toenmalige partner van de beklaagde en haar zus.Nik G. verklaarde dat zijn schoonzus in maart 2019 verkracht werd door het slachtoffer. Voor die feiten werd de Oostendenaar in april 2020 al tot drie jaar effectieve celstraf veroordeeld, maar hij tekende ondertussen beroep aan. "Het recht in eigen handen nemen, kan niet getolereerd worden", zei procureur Katlijn De Wispelaere. Het openbaar ministerie hield bij de vordering wel rekening met het feit dat de beklaagde zijn voorwaarden goed naleeft.De verdediging pleitte dat de feiten hoogstens twee uur duurden en zonder geweld verliepen. Volgens meester Stijn Leliaert was de beklaagde die bewuste dag totaal in de war door de medicatie voor zijn psychische problemen. Tegenwoordig neemt hij helemaal geen medicatie meer. De verdediging drong aan op opschorting van straf. De rechter doet uitspraak op 16 oktober.