Het slachtoffer kreeg de beklaagde op een ochtend in december 2017 een eerste keer in de gaten. Sindsdien zag ze volgens de burgerlijke partij wekelijks hoe B.D. zichzelf bevredigde op het balkon van zijn appartement op de derde verdieping. Op vraag van de politie zorgde het meisje voor foto's van het tafereel, waarna de politie de potloodventer begin juni 2018 op heterdaad kon betrappen.

Volgens het openbaar ministerie verstopte B.D. zich snel wanneer andere mensen hem konden zien. "Er zijn de harde vaststellingen van de politie dat hij in de richting van het meisje masturbeerde", aldus procureur Lode Vandaele. Het OM verweet de beklaagde ook een gebrek aan schuldinzicht.

Meester Koen Stubbe pleitte dat zijn cliënt absoluut niet bewust dat ene meisje viseerde. Volgens de verdediging hoefde het slachtoffer ook niet telkens naar boven te kijken. "De feiten zijn verwerpelijk, maar men mag ook niet overdrijven. Hij heeft dat meisje nooit aangesproken of benaderd." De verdediging vroeg om opschorting van straf, gekoppeld aan voorwaarden.

Naar eigen zeggen kwam D. tijdens de zwangerschap van zijn partner op seksueel gebied wat minder aan zijn trekken. Zijn sessies op het terras dienden om zijn hardnekkige ochtenderecties te bestrijden. "Het spijt me heel erg dat ik andere mensen daardoor heb gekwetst", zei hij op de zitting.

De rechter doet uitspraak op 21 juni.

(Belga)