Op 11 augustus 2017 werd de brandweer om 23.30 uur opgeroepen voor een keukenbrand in een sociale woning in Pervijze bij Diksmuide. M.H. lag naar eigen zeggen voor televisie te slapen toen het vuur ontstond. De deskundige stelde vast dat iemand het gordijn met een aansteker in brand had gestoken. De bewoner wees zijn buurman aan als verdachte, maar die had gezien hoe de beklaagde vooraf zelf waardevolle spullen in veiligheid had gebracht.

De zaak leek met een sisser af te lopen, tot op 14 augustus 2018 opnieuw brand ontstond in hetzelfde rijhuis. Deze keer beweerde M.H. dat hij de frietketel domweg vergeten was. Het onderzoek wees echter uit dat het ongeval in scène was gezet, door de kookplaat bewust aan te schakelen.

Echtgenote en kinderen lagen boven te slapen

Het openbaar ministerie hamerde op de ernst van de feiten. Tijdens de eerste brand lagen de toenmalige echtgenote en de kinderen van de beklaagde immers boven te slapen. Bij de tweede brand werd de keuken volledig vernield en werd de woning onbewoonbaar verklaard. In beide gevallen had het vuur kunnen overslaan op de huizen van de buren.

Tijdens het onderzoek bleef H. de brandstichtingen halsstarrig ontkennen, maar op de zitting kondigde zijn advocaat aan dat de feiten niet langer betwist werden. Meester Joris Lagrou benadrukte wel dat zijn cliënt zelf de hulpdiensten belde en zijn gezin evacueerde. "Dat is niet de modus operandi van iemand die wil dat het kot afbrandt." Een depressie en zijn alcoholverslaving zouden een grote rol gespeeld hebben in de feiten. Daarom vroeg de verdediging om een straf gekoppeld aan voorwaarden uit te spreken.

De rechtbank doet uitspraak op 14 augustus.

(belga/foto TB)