B. - de man wil zijn naam uit schrik niet in de krant zien verschijnen - doet zijn verhaal met tranen in de ogen. Een dag na de feiten is hij zichtbaar nog heel erg onder de indruk van wat hem is overkomen. "Het Astridpark was mijn hof en nu durf ik zelfs mijn eigen hof niet meer in. Ze hebben me mijn veiligheidsgevoel afgepakt en pas nu besef ik hoe belangrijk dat was."
...

B. - de man wil zijn naam uit schrik niet in de krant zien verschijnen - doet zijn verhaal met tranen in de ogen. Een dag na de feiten is hij zichtbaar nog heel erg onder de indruk van wat hem is overkomen. "Het Astridpark was mijn hof en nu durf ik zelfs mijn eigen hof niet meer in. Ze hebben me mijn veiligheidsgevoel afgepakt en pas nu besef ik hoe belangrijk dat was."De 55-jarige kunstenaar/fotograaf was woensdagmiddag een brood gaan halen. Hij stapte met zijn hond Bella aan de leiband terug naar huis door het Koningin Astridpark in Brugge. Er stapten hem vier jongeren tegemoet. Plots riepen die naar hem: "Vuile hondenneuker". Bella kreeg een schop en zette het op een lopen. Daarna vielen de vier B. ook aan. "Ze namen me vast, maar wat ze precies gedaan hebben kan ik me zelfs niet meer goed herinneren", zegt hij. "Ik kreeg wat klappen en mijn nek stond helemaal rood nadien, dus daar moeten ze me ook vastgenomen hebben. En aan enkele gaten in mijn jas te zien moeten ze me ook daar stevig aangepakt hebben."Toen de vier jongeren "klaar" waren, volgde zo mogelijk de grootste verbijstering voor B. Ze excuseerden zich bijna. "Sorry, meneer. 't Was maar een graptje", klonk het doodleuk. En al lachend liepen ze weg. "Ik hoor ze nog lachen", zegt B. "Maar gezichten kan ik er helaas niet meer op plakken. Ik zie enkel handen en ogen voor me. Ik heb als kunstenaar normaal een zeer fotografisch geheugen. Maar deze keer laat het me in de steek." Het heeft wellicht allemaal met de eerste shock te maken. Want B. is enorm aangedaan van wat hem is overkomen. "Bella was met haar leiband in een struik vast blijven zitten. Dus ik kon ze gelukkig snel terug vinden. Maar van de wandeling van het Astridpark naar huis herinner ik me niets meer. Ik was even helemaal weg van de wereld. En nu nog, het werkt allemaal even niet zo snel in mijn bovenkamer."De schrik zit er bij B. goed in. Hij durft momenteel niet meer alleen op straat komen. Laat staan dat hij nog naar zijn geliefde park gaat. "Voor die gasten was het wellicht een bagatel. Maar bij mij zindert het na. Het spookt door mijn hoofd en ik heb enorm veel schrik opgelopen. Ik keek vroeger nooit over mijn schouder en nu ben ik bijna paranoia. Ze hebben me op die paar seconden tijd heel veel afgenomen. Weet je, zinlozer wordt geweld echt niet meer. Ik had liever gehad dat ze mijn portefeuille meenamen en mijn hond met rust lieten." B. twijfelde een tijdje, maar ging uiteindelijk toch aangifte doen bij de politie. Hij kon enkel een vage beschrijving geven van de jongemannen, die hij begin de twintig schat. "Niet omdat ik geloof dat ze hen nog kunnen vinden. Maar wel omdat iémand het moet doen. Er moet iets gedaan worden aan de veiligheid in dat park. Wat precies? Dat is werk voor de politici, maar als je daar als gewone Bruggeling op klaarlichte dag al niet meer kan komen dan is er iets grondig fout." (TLEG)