Assisenhof buigt zich over de moord op Ellen D’hooghe (37)

Pol Mistiaen kon niet verkroppen dat zijn vrouw Ellen D’hooghe wou scheiden. (gf)©Philippe Verhaest
Pol Mistiaen kon niet verkroppen dat zijn vrouw Ellen D’hooghe wou scheiden. (gf)©Philippe Verhaest
Laurens Kindt

Het hof van assisen buigt zich vanaf vrijdag over de moord op Ellen D’hooghe in september 2019. In hun woning in Oekene bij Roeselare sloeg haar echtgenoot Pol Mistiaen haar in haar slaap dood met een ijzeren staaf. De man riskeert in principe een levenslange celstraf.

De haren netjes geknipt en in de gel. Strakke jeans, modieus hemd en dito schoenen. Zo verscheen Pol Mistiaen (46) dinsdag voor het hof van assisen waar de jury werd samengesteld. Zes mannen en evenveel vrouwen zullen moeten beslissen over de straf die de arbeider uit Oekene verdient voor de gruwelijke moord op zijn echtgenote Ellen D’hooghe (37) in september 2019.

Na de moord probeerde Mistiaen naar eigen zeggen zelf ook uit het leven te stappen, maar dat mislukte. Niet dat het voor R., de ondertussen 14-jarige zoon van het koppel, veel verschil zal uitmaken. Zijn moeder is hij kwijt, zijn vader zit in de cel en zal daar wellicht nog een tijdje verblijven. Op het proces wordt de jongen vertegenwoordigd door advocaat Jean-Marie De Meester.

Een beetje ziek

Het is een buurman van het gezin Mistiaen-D’hooghe in Oekene die op zondag 8 september 2019 de politie belt. De man was even voordien gealarmeerd door R. Die had zijn vader compleet versuft en met bebloed voorhoofd door de tuin zien strompelen. In de nachthal, voor zijn slaapkamerdeur, had R. ook een briefje gevonden. “Zeker niet in onze slaapkamer komen en ook niet in het kotje in de tuin. Als je ons om 16 uur nog niet gehoord of gezien hebt, bel dan maar naar opa”, stond er geschreven.

De jongen legde meteen de link met de vreemde gebeurtenissen van die nacht. Rond een uur of drie was hij wakker geworden van hevig gebonk in de slaapkamer van zijn ouders. Hij had ook zijn moeder horen schreeuwen. Vader Pol Mistiaen was bij R. in de kamer gekomen en suste de jongen. “Mama is een beetje ziek. Slaap maar, er zal morgen een briefje voor je klaar liggen”, troostte hij de jongen. Maar mama was niet ziek, mama was dood.

De agenten die als eersten arriveren, treffen geen fraai zicht aan in de slaapkamer. Ellen D’hooghe ligt op haar bed, bedekt onder een deken en met een kussen op haar gezicht. De klink, de wastafel in de badkamer, handdoeken: alles zit onder het bloed.

Buiten, in het kotje in de tuin dat Pol Mistiaen als een soort mancave had ingericht, vindt de politie de dader. Compleet van de wereld door de zware slaappillen en angstremmers waarvan de lege verpakkingen op tafel liggen. Naast hem staat een nog smeulende barbecue. “Er is een drama gebeurd, ik heb Ellen doodgeslagen”, geeft hij meteen toe. De man wordt overgebracht naar het ziekenhuis en zal er de nacht geboeid aan zijn ziekenhuisbed doorbrengen.

IJzeren staaf

Aan de agenten die hem daar moeten bewaken, begint hij in de ochtend van 9 september spontaan te vertellen. “We hadden relationele problemen, al sinds april”, vertelt hij. “Maar zaterdag waren we nog gaan eten. Heel gezellig. Aperitiefje, tapas, flesje wijn erbij. Nadien hebben Ellen en ik nog seks gehad. Dan hebben we elk een slaappil genomen en zijn we in slaap gevallen”, zegt hij.

De agenten vragen hem om te zwijgen, tot hij met bijstand van een advocaat verhoord kan worden. Tijdens dat verhoor doet Pol Mistiaen grotendeels hetzelfde relaas. “We hadden afgesproken dat we op zondag eens zouden samenzitten om de praktische zaken van onze scheiding te bespreken. Maar nadat ik in slaap gevallen ben, moet ik weer wakker geschoten zijn. Dan is bij mij het licht uitgegaan . Het volgende dat ik mij kan herinneren, is dat ik op bed zit met een ijzeren staaf in mijn handen en dat R. aan het roepen is”, verklaart hij.

Jeugdliefde

Het vermeende geheugenverlies van Pol Mistiaen doen de psychiaters af als quatsch. “Deze lacunaire amnesie kan niet als objectieve geheugenstoornis verklaard worden”, schrijft de vermaarde psychiater Paul Lodewyck in zijn verslag. In mensentaal: Pol Mistiaen weet wél nog wat er precies gebeurd is, maar wil of kan het niet meer over zijn lippen krijgen.

Op het lichaam van Ellen D’hooghe zijn afweerletsels aangetroffen, wat erop wijst dat ze zich nog verweerd heeft. Wat daarentegen wel duidelijk is, is het motief. Sinds maart had Ellen D’hooghe opnieuw sporadisch contact met haar eerste lief, met wie ze op haar veertiende kort samen was. De liefde tussen de twee was duidelijk weer opgeflakkerd. Pol Mistiaen wist dat en probeerde er in de maanden voor de moord alles aan te doen om Ellen weer voor zich te winnen, maar de jonge vrouw had haar besluit genomen en bleef daarbij.

Het dreef Pol Mistiaen tot zelfmoordgedachten, op internet zocht hij met de zoektermen witte urne en urne vierkant . Eén keer ging hij naar een psycholoog, maar dat bleek uiteindelijk niets voor hem . Sindsdien zat Ellen D’hooghe met de schrik dat hij uit het leven zou stappen én hun zoon R. zou meenemen in de dood. Uiteindelijk was zij het die de hele liefdesbreuk met haar leven bekocht.

Het proces start vrijdag met de voorlezing van de akte van beschuldiging en het verhoor van de beschuldigde. Dinsdag moeten de nabestaanden van Ellen D’hooghe komen getuigen. Het eindoordeel in de zaak valt wellicht donderdag.

Zus en zoon van Ellen: “Verlang tot het achter de rug is”

“Het zullen moeilijke momenten worden”, zegt Nele D’hooghe, de zus van slachtoffer Ellen, over de getuigenissen van haarzelf en haar familieleden op het assisenproces. “Contact met de dader hebben we sinds de feiten niet meer gehad. We zullen dus voor de eerste keer weer met hem geconfronteerd worden. We zullen vooral blij zijn als alles achter de rug is en hij een rechtvaardige straf heeft gekregen”, zegt ze. Sinds de moord op haar zus vangt Nele het zoontje op dat Ellen D’hooghe met beschuldigde Pol Mistiaen heeft. De jongen was twaalf op het moment van de feiten en is ondertussen een flinke puber van veertien geworden. “Ik amuseer me hier met mijn broers”, zegt R. over zijn nieuwe gezinssituatie. Zijn vader stuurt hem soms brieven vanuit de gevangenis. Die leest hij wel, maar terugschrijven doet hij niet. “Ik praat met tante Nele wel over mijn mama. Over haar lievelingseten bijvoorbeeld. Ik ga ook geregeld naar mama’s graf. Soms met iedereen mee, maar soms ook alleen”, klinkt het. (LK/WVS)

 

Volgde zaak hier

 

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.