Assisen: “Mocht ik kunnen, ik had hem dood geklopt” (vader slachtoffer)

Laurens Kindt

Op het assisenproces tegen Pol Mistiaen (46), die beschuldigd wordt van de moord op zijn echtgenote Ellen D’hooghe (37) op 8 september 2019 in Oekene, zijn de laatste getuigenverhoren bezig. Ook de ouders van slachtoffer Ellen D’hooghe kwamen getuigen. “Had ik eraan gekund, ik had hem dood geklopt”, zei vader Rik.

Rik D’hooghe en Marijke Vanlerberghe waren de eerste getuigen van de dag. “Onze beide dochters waren brave kinderen. Ze gingen graag uit, hadden veel vriendinnen. Toen Pol in beeld kwam, waren we daar niet meteen enthousiast voor. Ik vond hem een ‘showman’, met zijn netjes opgeblonken Porsche. Er was ook het leeftijdsverschil. We hebben met Ellen gepraat, maar liefde is blind hé”, vertelde vader Rik.

Motorongeval

Het koppel voelde zich nooit welkom in het gezin van hun dochter en Pol Mistiaen. “Toen hun zoontje geboren werd, mochten we dat baby’tje niet in onze armen nemen. Dat was heel zwaar. We waren daar ook nooit welkom. Pol was altijd met iets bezig en Ellen moest hem daarbij helpen. Maar Ellen klaagde nooit. We denken dat Ellen hem heel graag gezien heeft. Toen hij een motorongeval had in 2018 heeft ze enorm goed voor hem gezorgd. Maar het was allemaal niet goed genoeg. Maaide ze het gras af, dan waren de lijnen niet recht genoeg”, vertelden ze.

Spion

Drie dagen voor de feiten zagen ze hun dochter het laatst. “Dat was die donderdag dat Ellen bij haar jeugdliefde zat. Pol was ons dat komen vertellen. Mijn man is dan gaan kijken, een beetje spion gespeeld, en het klopte. Ellens auto stond daar. Even later was Ellen bij ons en zei ze dat het niet meer goed ging tussen haar en Pol. Pol is daar dan in een wroete colère ook binnengekomen. Hij is razend vertrokken en is hun zoon van de bus gaan halen. Ellen was enorm bang dat Pol hem iets zou aandoen. Pol had daar ook mee gedreigd. Dat hij een toer zou doen en dat zij een dode op haar geweten zou hebben”, klonk het.

Slachtoffer Ellen D'hooghe en haar zus Nele. (gf)
Slachtoffer Ellen D’hooghe en haar zus Nele. (gf)

Drie dagen later stond de politie voor de deur. “Er zat familie bij ons. Plots kwam daar iemand vragen of ik en mijn vrouw even naar buiten konden komen. De gerechtelijke politie stond daar. ‘Uw dochter is vermoord’, zeiden ze. Dat was een enorme klap. Mijn eerste gedacht was om hem dood te kloppen maar hij was al opgepakt. Had ik er toen aan gekund, dan was hij er ook aan geweest”, vertelde Rik D’hooghe. “Ik geloof niet dat hij echt uit het leven wou stappen. Als je echt weg wil zijn, dan ben je ook weg. Dan neem je niet zo weinig pijnstillers”, vulde moeder Marijke Vanlerberghe aan.

Jeugdliefde

Ook Charlotte, de zus van Pol Mistiaen, kwam getuigen. “Wij hadden een goeie band met elkaar. Onze vader was wel vrij streng, vooral voor Pol dan. Ik ging al eens vaker weg met mijn moeder en we zaten ook veel bij onze grootouders, die iets losser waren”, vertelde de vrouw. “Toen hij een koppel werd met Ellen, was het duidelijk dat mijn broer graag de touwtjes in handen had. Het moest naar zijn goesting zijn. Maar daar is op zich niets mis mee, wij zijn een beetje zo opgevoed. Toen ik hoorde dat er problemen waren, is Pol alles eens komen vertellen. Over Ellen die opnieuw contact had met haar jeugdliefde, dat het niet meer boterde tussen hen twee. Pol hoopte wel dat het allemaal in orde zou komen”, klonk het.

Terug normaal

Toen duidelijk werd dat Ellens besluit definitief was, raadde zij haar broer aan om hulp te zoeken. “Hij is één keer naar een psycholoog geweest maar hij zei altijd dat alleen Ellen hem kon helpen. Hij sprak ook over plannen om uit het leven te stappen. Dat hij zijn zoontje R. iets zou aandoen, hoorde ik van mijn moeder”, klonk het. Sinds de feiten bezoekt het koppel Pol Mistiaen geregeld in de gevangenis. “De eerste keer was heel heftig maar ondertussen gedraagt Pol zich daar normaal. Hij voelt zich wel schuldig tegenover R. over wat hij gedaan heeft. Hij is enorm met R. bezig”, aldus de getuigen. Of zijn geheugenverlies geveinsd is, wou advocaat Jean-Marie De Meester weten. “We kunnen niet in zijn hoofd kijken maar als hij het nog weet, hopen we dat het naar boven komt”, klonk het.

Deze namiddag starten de pleidooien. Dan komt R., de ondertussen veertienjarige zoon van dader en slachtoffer, luisteren naar het pleidooi van zijn advocaten. De jongen moet nadien de zaal verlaten, gezien minderjarigen in principe niet aanwezig mogen zijn op een zitting van het hof van assisen.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.