Assisen ‘Duivelskoppel’: “Kinderen struikelden over het lijk” (getuige)

Laurens Kindt

Op het assisenproces tegen Jean-Claude Lacote (54) en Hilde Van Acker (57), die terechtstaan voor moord op de Brit Marcus Mitchell (44) in De Haan in 1996, zijn de eerste getuigen verhoord. “Mijn leerlingen struikelden over het lijk”, getuigde een gepensioneerde leraar.

Nadat deze voormiddag zowel Jean-Claude Lacote als Hilde Van Acker tijdens het verhoor door voorzitter Bart Meganck allebei ontkenden ook maar iets met de feiten te maken te hebben, startten na de middagpauze de getuigenverhoren.

Eerst aan beurt waren Willy Vandenbussche (53) en Willy Van Looy (75). De eerste was de allereerste politieman die ter plaatse kwam bij het aantreffen van het lijk. Dat gebeurde door spelende kinderen van een klasje uit Edegem dat op zeeklassen was met hun leraar Willy Van Looy, de tweede getuige. “We zijn onmiddellijk met drie mensen ter plaatse gegaan”, vertelde Willy Vandenbussche. “We hebben een looppad gemaakt en een veiligheidsperimeter ingesteld om alle sporen te vrijwaren”, aldus de inspecteur.

“Wij waren bezig met een bosspel, tot één van de kinderen riep ‘een lijk!’. Ik dacht dat die leerling me wou foppen, maar er lag inderdaad iets. Ik wist niet of het echt een lijk was of een pop van één of ander scoutsspel. Ik ben dan met een collega nog eens gaan kijken en dan hebben we de boswachter verwittigd, die op zijn beurt de rijkswacht heeft verwittigd. Het lijk hebben we niet aangeraakt, maar naar het schijnt is één van de kinderen er wel over gestruikeld. Toen de kinderen weg waren, heb ik daar gewacht tot de politie er was”, vertelde de gepensioneerde leraar.

Geen blik

Ook drie leden van de toenmalige technische en wetenschappelijke politie kwamen getuigen. “Het slachtoffer had bloedsporen aan de neus, de oren en de mond. Hij lag op zijn rug, met de trui wat omhoog. De schoenzolen waren niet vuil. Aan het linkeroog zagen we een indringende wonde en er zat ook een cirkelvormige ronde in de hals. Op de schouder lag een kogel. Dat werd ons spoor één”, vertelde speurder Koen Poppe.

Hij illustreerde zijn getuigenis met vaak bloederige foto’s van het slachtoffer en de plaats-delict. Noch Jean-Claude Lacote noch Hilde Van Acker wierpen een blik op de powerpointpresentatie van de speurders. “De eerste kogel ging het linkeroog binnen en ging zo naar beneden tot aan de rechterachterkant van de hals. Die kogel is in de grond teruggevonden. Ter hoogte van de linkerslaap is er nog een ingangswonde gevonden. Die kogel is er rechts aan de kin uitgekomen. Die kogel is teruggevonden op de schouder”, schetste speurder Ivan Vandepitte. “Op basis van de kledij, onder andere van de merken ‘Marks & Spencer’ en ‘Clarks’ vermoedden we dat het om een Brit ging. Zijn vingerafdrukken zijn dan ook genomen en doorgespeeld aan de nodige diensten”, klonk het.

DNA

Filip De Reuse, advocaat van Jean-Claude Lacote, stelde vast dat er eigenlijk geen echte sporen gevonden waren op de plaats-delict. “Geen sleepsporen, geen wapen, de speurhond vond ook niets. Er zijn alleen kogels gevonden, geen hulzen. Het lijkt alsof hij uit de hemel naar beneden gevallen is”, stelde de advocaat uit Roeselare vast.

De onderzoekers gaven hem geen ongelijk. “We hebben ons uiterste best gedaan, maar inderdaad niet veel gevonden. Er is ook geen onderzoek gedaan naar de maden in de wonden van het slachtoffer, om zo het tijdstip van overlijden te bepalen”, gaven de speurders toe. “Er zijn ook haren gevonden op de plaats-delict maar er is geen DNA van bepaald omdat er geen haarwortel aan hing. Nu kan men op zulke haren wel DNA bepalen. Wij willen dat men die haarstalen alsnog onderzoekt met de meest moderne technieken”, vroeg Filip De Reuse aan de voorzitter.

Na een korte pauze komen straks de twee onderzoeksrechters aan het woord die het onderzoek naar de moord op Marcus Mitchell hebben geleid.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.