Enkele 16-jarige meisjes waren gestraft omdat ze met pepperspray in de klas hadden gespoten, en de godsdienstleraar kreeg de opdracht om daarop toe te zien. "De strafstudie hield in dat ze karweien moesten uitvoeren, maar de leerlingen weigerden en begonnen hem te treiteren", zo pleitte advocaat Jan Leysen.

Toen een meisje op hem afstapte en vroeg om de studie vroeger te mogen verlaten, gaf hij haar naar eigen zeggen een duw. Maar volgens het slachtoffer en advocaat Thomas Vandemeulebroucke ging het om vuistslag. Er werd een poging tot bemiddeling ondernomen, maar de burgerlijke partij eiste dat de zaak door de rechtbank zou worden behandeld. "Er is een objectieve getuige die het verhaal van mijn cliënte bevestigt. Hij sloeg haar met de vuist in het gezicht. Dat zijn zeer verregaande feiten, door een godsdienstleraar dan nog", aldus Vandemeulebroucke.

De procureur zei woensdag dat hij de rechtbank niet het geschikte forum vond om dit uit te klaren, maar vorderde noodgedwongen de opschorting. Ook de beklaagde vroeg de opschorting van straf. "Mijn cliënt reageerde op uitlokking van de jongedames. Het gaat niet bepaald om plechtige communicantjes, maar om onbeleefde pubers die pepperspray spuiten in de klas en de leraar jennen."

Vonnis op 13 november.

(BELGA)