Het spraaktechnologiebedrijf van ondernemers Jo Lernout en Pol Hauspie was het eerste Belgische bedrijf dat een notering kreeg op Nasdaq, de grootste technologiebeurs ter wereld. Op een bepaald moment was het bedrijf miljarden waard. Toen in 2000 de Amerikaanse krant The Wall Street Journal berichtte over fraude bij het bedrijf, ging het echter snel bergaf. Op een goed half jaar tijd zakte de koers van het aandeel zo snel en was het faillissement onvermijdelijk. Heel wat investeerders, waaronder een pak particulieren en kleine zelfstandigen uit de regio, zagen hun geïnvesteerde geld in rook opgaan. Tien jaar later, in 2010, werden Jo Lernout en Pol Hauspie definitief veroordeeld door het hof van beroep. Ze kregen elk vijf jaar cel, waarvan twee jaar met uitstel.

15.444 slachtoffers

Nog eens vier jaar later, in 2014, startte het hof van beroep in Gent met het titanenwerk van de burgerlijke afhandeling van de zaak. Maar liefst 15.444 slachtoffers hadden zich gemeld. Toen echter bleek dat bedrijfsrevisor KPMG niet zou moeten opdraaien voor de schadevergoedingen, terwijl het de enige partij was waar nog geld te rapen viel, haakten heel wat mensen af. Tijdens een vorige zitting van het hof van beroep bleek nog slechts een handvol mensen te volharden in hun eis tot schadevergoeding door Jo Lernout en Pol Hauspie.

Bent u of kent u iemand die nog geld tegoed heeft van Jo Lernout en Pol Hauspie?

"Een kei kan je niet stropen", viel overal te horen. Geert Lenssens, advocaat van maar liefst 1.700 slachtoffers, liet eerder al weten dat zijn cliënten afgezien hebben van hun eis. "Die mensen hebben het gevoel dat het allemaal geen zin meer heeft en willen zelf geen kosten meer maken die toch nooit vergoed zullen worden", zegt hij.

Ondanks de verminderde strijdlust bij de slachtoffers is het hof van beroep klaar om de zaak vrijdag te behandelen. "Of de zaak effectief zal kunnen behandeld worden, valt nog af te wachten. Wat het hof betreft wel, maar we weten natuurlijk nooit wat er zal gepleit worden of wat er nog kan gebeuren", zegt woordvoerder Martin Minnaert van het hof van beroep.

Bent u of kent u iemand die nog geld tegoed heeft van Jo Lernout en Pol Hauspie, neem dan contact op met de redactie via redactie@kw.be.

Het spraaktechnologiebedrijf van ondernemers Jo Lernout en Pol Hauspie was het eerste Belgische bedrijf dat een notering kreeg op Nasdaq, de grootste technologiebeurs ter wereld. Op een bepaald moment was het bedrijf miljarden waard. Toen in 2000 de Amerikaanse krant The Wall Street Journal berichtte over fraude bij het bedrijf, ging het echter snel bergaf. Op een goed half jaar tijd zakte de koers van het aandeel zo snel en was het faillissement onvermijdelijk. Heel wat investeerders, waaronder een pak particulieren en kleine zelfstandigen uit de regio, zagen hun geïnvesteerde geld in rook opgaan. Tien jaar later, in 2010, werden Jo Lernout en Pol Hauspie definitief veroordeeld door het hof van beroep. Ze kregen elk vijf jaar cel, waarvan twee jaar met uitstel.Nog eens vier jaar later, in 2014, startte het hof van beroep in Gent met het titanenwerk van de burgerlijke afhandeling van de zaak. Maar liefst 15.444 slachtoffers hadden zich gemeld. Toen echter bleek dat bedrijfsrevisor KPMG niet zou moeten opdraaien voor de schadevergoedingen, terwijl het de enige partij was waar nog geld te rapen viel, haakten heel wat mensen af. Tijdens een vorige zitting van het hof van beroep bleek nog slechts een handvol mensen te volharden in hun eis tot schadevergoeding door Jo Lernout en Pol Hauspie. "Een kei kan je niet stropen", viel overal te horen. Geert Lenssens, advocaat van maar liefst 1.700 slachtoffers, liet eerder al weten dat zijn cliënten afgezien hebben van hun eis. "Die mensen hebben het gevoel dat het allemaal geen zin meer heeft en willen zelf geen kosten meer maken die toch nooit vergoed zullen worden", zegt hij.Ondanks de verminderde strijdlust bij de slachtoffers is het hof van beroep klaar om de zaak vrijdag te behandelen. "Of de zaak effectief zal kunnen behandeld worden, valt nog af te wachten. Wat het hof betreft wel, maar we weten natuurlijk nooit wat er zal gepleit worden of wat er nog kan gebeuren", zegt woordvoerder Martin Minnaert van het hof van beroep.