Op deze zes schouders huilen gedetineerden uit: nieuwe aalmoezeniers voor gevangenis Brugge

Aalmoezenier Geertrui Verdonck met haar kersverse collega’s Charles Lommens en Ilse Van Gorp. © Wim Kerkhof
Wim Kerkhof
Wim Kerkhof Medewerker KW

Het Penitentiair Complex Brugge krijgt er met Ilse Van Gorp en Charles Lommens twee nieuwe gevangenisaalmoezeniers bij. Volgens collega Geertrui Verdonck een uitdagend maar dankbaar beroep. “Een glimlach of een vriendelijke goeiedag kan binnen de gevangenismuren al een wereld van verschil maken.”

Ilse Van Gorp (58) was de voorbije drie jaar adjunct van bisschoppelijk gedelegeerde Piet Vandevoorde. “Een beleidsondersteunende functie, maar voor het laatste stukje van mijn professioneel parcours voelde ik het verlangen terug te keren naar het veldwerk. De specifieke context van pastor te zijn binnen de gevangenismuren, is een droom die al lang in mij leeft. Misschien doordat ik als kind vlakbij de gevangenis van Merksplas woonde. Mijn vader kwam daar vaak over de vloer als opticien en ik had niet graag dat er kwaad werd gesproken over die mensen. Toen ik op mijn vierentwintigste de opleiding pastoraal werk aanvatte, koos ik dan meteen voor een stage in de gevangenis. De gevangenis was als het ware mijn eerste liefde.”

Geen therapeut

Ilse was naast docent verpleegkunde ook een tijdje pastor in de psychiatrie. Volgens Geertrui Verdonck (52), die al sinds 2017 aan de slag is als aalmoezenier in de Brugse gevangenis, een meerwaarde in haar nieuwe job. “Een gevangenisaalmoezenier is geen therapeut, maar we werken veel rond zingeving. In onze job hebben we de vrijheid om daar zelf nieuwe initiatieven rond op te zetten: een gespreksgroep, een film met nabespreking… Ik ben overtuigd dat Ilse veel zal kunnen betekenen voor de gedetineerden, want er is een schrijnend tekort aan psychologische opvang in de gevangenis. Zeker op de afdeling van de langgestraften waar zij aan de slag gaat.”

Charles Lommens (49), tot voor kort pastor in AZ Damiaan, gaat dan weer aan de slag op de afdeling kortgestraften. “In het ziekenhuis is het natuurlijk nog veel meer een va-et-vient, maar ik ben ook al een aantal jaar vrijwilliger bij een hulplijn en daar krijg je weleens een telefoontje vanuit de gevangenis. Tijdens mijn intakegesprek als vrijwilliger voelde ik nog eerst een zekere terughoudendheid, zo van: je gaat toch het geloof niet verkondigen aan de telefoon? (lacht) Maar ik voelde daar toen ik nog pastoor was een roeping voor. Er hangt altijd zo’n zwaarte rond zelfdoding.”

Uitzichtloos

Geertrui: “Zelfmoordgedachten komen inderdaad geregeld naar voor in gesprekken met gedetineerden. De uitzichtloosheid van het gevangenisleven speelt daarin uiteraard mee, maar vaak zijn het ook al psychisch kwetsbare mensen die in de gevangenis belanden.”

Ilse: “De gevangenis is een plek waar mensen fundamenteel met zichzelf geconfronteerd worden. Vanuit mijn geloof vertrek ik ook van de fundamentele overtuiging dat er in iedere mens iets goeds zit. Een mens is meer dan zijn of haar slechte daden. Ik ben niet naïef hé, ik verwacht niet dat ik als aalmoezenier wonderen ga kunnen verrichten. Maar iedereen verdient een luisterend oor.”

Geertrui: “Ik sprak laatst met een gedetineerde die al meer dan dertig jaar in de gevangenis zit. Niet gemakkelijk om dan nog iets van hoop vast te houden. In die zin is aalmoezenier een dankbaar beroep: vaak zijn wij de weinigen die nog toegang hebben tot een gedetineerde, en dus kan het kleinste gebaar een wereld van verschil maken. Al is het maar een glimlach of een vriendelijke goeiedag ’s morgens. Ook liturgie is een houvast – de gevangenis is de meest bloeiende parochie van het bisdom, zeg ik weleens. Vaak is zo’n liturgische viering natuurlijk een excuus om eens uit de cel te kunnen, maar het creëert ook verbondenheid.”

Houvast

Geertrui werd aalmoezenier na een carrière van meer dan twintig jaar in het onderwijs. “Een van de taken van de aalmoezenier is ook de begeleiding van gedetineerden die een uitgaansvergunning krijgen. In het kader van de reclassering – denk maar aan een intakegesprek voor een nieuwe job – of voor familiale aangelegenheden. Maar er zijn ook gedetineerden die buiten de gevangenismuren niemand meer hebben die naar hen omkijkt. Dan zie ik het als een vorm van nazorg om in de buitenwereld contact te houden met die mensen. Wij zijn daar hun enige houvast.”

“De realiteit van de gevangenis is er een waarvan onze maatschappij liefst wegkijkt. Maar de vraag is wat dit wegkijken oplevert? Wordt de afstand hierdoor niet alleen maar groter?”, maakt Charles zich de bedenking. “En wat te denken van een gedetineerde die zegt dat hij in de gevangenis voor het eerst heeft ondervonden wat het betekent dat iemand naar hem omkijkt, om hem bekommerd is? Dat geeft toch te denken.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.