Op 22 mei vorig jaar kreeg de personeelsdirecteur van CNH Industrial in Zedelgem via via te horen dat toenmalig werknemer B.G. (47) een handgranaat in zijn locker had liggen. Hij verwittigde de politie waarna de ontmijningsdienst Dovo ter plaatse kwam. In het kastje van de Oostendenaar werd inderdaad een ha...

Op 22 mei vorig jaar kreeg de personeelsdirecteur van CNH Industrial in Zedelgem via via te horen dat toenmalig werknemer B.G. (47) een handgranaat in zijn locker had liggen. Hij verwittigde de politie waarna de ontmijningsdienst Dovo ter plaatse kwam. In het kastje van de Oostendenaar werd inderdaad een handgranaat aangetroffen, maar die bleek geen ontstekingsmechanisme te bevatten. Het ding was met andere woorden ongevaarlijk, maar werd wel als verboden wapen bestempeld.Nog diezelfde avond vielen tien leden van de speciale interventie-eenheid de woning van B.G. in Oostende binnen. De man werd uit zijn zetel geplukt en een paar uur meegenomen voor verhoor. In zijn woning werd een klein wapenarsenaal in beslag genomen met onder meer werpsterren, boksijzers, wapenstokken, een stroomstootwapen, een ploertendoder (soort knuppel, red.) en een nunchaku (oud Oosters slagwapen, red.).Volgens de personeelsdirecteur had B.G. gedreigd met een aanslag op het bedrijf als hij ontslagen zou worden. Maar dat betwistte de man tijdens zijn proces met klem. "Mijn cliënt heeft nooit zoiets gezegd", stelde zijn advocaat. "Die directeur had dit ook niet zelf uit zijn mond gehoord maar via anderen vernomen. Die granaat was absoluut niet bestemd voor een aanslag. Mijn cliënt kreeg die ooit van een vriend, die intussen overleden is."Voor het wapenbezit vroeg en kreeg B.G. de gunst van de opschorting. Hij is met andere woorden schuldig maar krijgt geen straf. Voor de dreigementen werd hij woensdag vrijgesproken op basis van twijfel. (AFr)