In het nieuws verscheen dinsdag het bericht dat de doodrijder van een tweeëntwintig jaar jonge vrouw niet naar de gevangenis moet. De man, die onder invloed van drugs en alcohol reed en bovendien vluchtmisdrijf pleegde, kreeg voor de dood van Julie Roelens een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar opgelegd met de verplichting strikte condities na te leven. De ouders van de jonge vrouw zijn tevreden dat de rechtbank hun dochter geen enkele verantwoordelijkheid toeschoof voor haar dood.

Het nieuws werd overspoeld door een golf van maatschappelijke verontwaardiging over het gebrek aan gestrengheid van justitie. Hoe is het mogelijk dat deze man door wiens toedoen een jonge vrouw het leven liet, geen enkele dag de cel in moet? De gedachte is dat als je schuld hebt aan het verlies van een leven, je minstens moet betalen met een hoog goed, je vrijheid. Dat deze gedachte speelt in het licht van het onvatbare leed dat is veroorzaakt, is vanzelfsprekend. Kwaadheid is des mensen en een roep om vergelding kan besloten liggen in een onmiddellijk reactie.

De zwaarte van de straf op haar juistheid beoordelen is echter een schier onmogelijke opdracht als je informatie mist. De rechter wikt en weegt alle omstandigheden eigen aan de feiten en de persoon van de dader. Hij valt ook terug op verslaggeving, gaande van expertises over de materialiteit van de gebeurtenissen, en liefst ook over de personaliteit van dader en slachtoffer. Niet al deze omstandigheden zijn de buitenstaander gekend.

Hoe beoordeel je overigens rechtvaardigheid? De straf rechtvaardig gaan noemen wanneer ze de feiten afdoende wreekt, is een onbetrouwbare graadmeter. Geen enkele straf zal immers ooit in staat zijn rechtvaardigheid te brengen voor het onbenoembaar groot verlies van dit jong leven. Wat slachtoffers in een proces doorgaans op de eerste plaats willen, is de waarheid te kennen en die waarheid erkend te zien door de dader.

Het is een illusie dat we als samenleving beter af zijn als we de doodrijder met een problematiek van drugs en alcohol opsluiten in onze gevangenissen

En toch. Als je op die onbezonnen manier achter het stuur kruipt, mag je de gevolgen van je daden voelen en dragen. Ik heb er zelfs moeite mee deze feiten als een ongeval te benoemen. Als je zwaar geïntoxiceerd het stuur neemt, dan weet je dat je een moordmachine in handen hebt.

Maar is het werkelijk zo dat de rechter die voor dergelijke feiten de celstraf opzij schuift en kiest voor een alternatieve straf, faalt in zijn opdracht de dader de rekening te presenteren?

De ene rechter is de andere niet

Je hebt rechters die tariefrechtspraak voorstaan. Het wetboek openslaan en het uiterste nemen in de vork van de wettelijk beschikbare gevangenisstraffen. Een garantie op applaus van het volk en de zaak is gesloten met de opsluiting van de dader.

Moedig in mijn ogen is daarentegen de rechter die betrokkenheid toont en zich de vraag stelt wat er zich in de toekomst aandient, voor samenleving en dader. Moedig omdat betrokkenheid een inspanning vraagt om een duurzame oplossing te zoeken. Moedig omdat betrokkenheid betekent dat de rechter zich hardt tegen de toorn van de publieke opinie en onafhankelijk daarvan zoekt naar een evenwicht tussen repressie en herstel.

Het is immers een illusie dat we als samenleving straks beter af zijn als we de doodrijder met een problematiek van drugs en alcohol voor meerdere jaren opsluiten in onze gevangenissen, die broeihaarden zijn van criminaliteit waar je om de hoek je drugs bestelt. Er blaffen nog steeds geen drughonden aan de poort van de gevangenissen. Men zou haast denken dat de overheid het gebruik van verdovende middelen binnen de gevangenissen gedoogt, kwestie van de gevangenen kalm en verdoofd te houden. Een situatie die er vaak toe leidt dat mensen zonder een middelenproblematiek er buiten stappen met een verslavingsprobleem.

Zij die dus denken dat opsluiting zonder meer het geschikte antwoord is op ontoelaatbaar gedrag van een zware verkeerscrimineel, vergeten dat straffen eindig zijn en dat een louter opsluitingsregime niet kan bijdragen tot het voorkomen van herval, wat toch niemand wil.

Het voortdurend confronteren van de veroordeelde met het aangebrachte leed en het aanpakken van de problematiek die leidde tot het zware misdrijf, is uiteraard op termijn veel deugdelijker om recidive met hernieuwd maatschappelijk leed te voorkomen.

Het is te verkiezen dat een rechter een traject uitstippelt die de veroordeelde moet volgen om toelaatbaar en aangepast maatschappelijk gedrag te vertonen. Dit heet het probatie-stelsel. Deze alternatieve vorm van bestraffing is helaas weinig gekend bij de burger. Daarover wordt ook zelden bericht, want niet spectaculair en bloederig genoeg.

Het valt bovendien zeer te betreuren dat ook rechters na afhandeling van hun zaak niet meer op de hoogte worden gehouden hoe het uitgestippelde probatieplan is verlopen en welke de effecten waren voor de veroordeelde. Nochtans zou dit tot waardevolle feedback kunnen leiden en de rechter verder inspireren om aangepast en zinvol te sanctioneren.

In ieder goed bedrijf vormt feedback de sleutel tot succes en progressie. Of willen we dit niet binnen het instituut strafrecht en verkiezen we ons louter te beperken tot pure vergelding?