Moordende kapper ontkent dat hij drugs dealde en wapens had

Redactie KW

Moordverdachte Abdellatif B. (49) vraagt in beroep de vrijspraak voor het dealen van drugs en het bezit van een magazijn van een vuurwapen. “Zijn vrouw had dat weggestoken in de kleerkast, zonder zijn weten.”

B. bracht begin september 2020 de 31-jarige Alban Demora om het leven in zijn kapperszaak in De Panne. De Marokkaanse barbier doodde het slachtoffer destijds met elf messteken. Alban Demora was die bewuste nacht komen aankloppen bij de kapper. Wellicht moest er nog een rekening vereffend worden tussen beiden. Er ontstond een vechtpartij die fataal afliep. Een voorbijgangster zag het slachtoffer uren later liggen in de zaak, onder het bloed. De kapper was er nog steeds aanwezig toen de politie aankwam, net zoals een vrouw met wie hij eerder op de avond de liefde had bedreven. Beiden zouden zwaar onder invloed van cocaïne geweest zijn.

In afwachting van zijn doorverwijzing naar het hof van assisen moest Abdellatif B. zich wel al verantwoorden bij de strafrechter voor het dealen van drugs en verboden wapenbezit, feiten die aan het licht kwamen naar aanleiding van de moordzaak. Verscheidene afnemers verklaarden immers dat je niet enkel je haar kon laten knippen in de kapperszaak in de Sloepenlaan, maar er ook drugs kon krijgen. Hij zou het handeltje van dealer Karim D. hebben overgenomen toen die eerste keer werd gearresteerd. Volgens de verklaringen van afnemers konden vrouwen cocaïne krijgen bij de kapper in ruil voor seksuele gunsten. De verdachte erkende dat hij cannabis en cocaïne gebruikte, maar ontkende wel dat hij dealde. Toch kreeg hij 18 maanden cel.

Voorts werd tijdens de huiszoeking een magazijn van een vuurwapen gevonden, net als 31 patronen van 9 mm voor een Glock-pistool. Daarvoor kreeg hij nog eens twee maanden cel, met uitstel. Zijn advocate blijft erbij dat de man niet dealde in ruil voor seks. Ook van het magazijn wist hij niks af. “Dat lag in de kleerkast en zijn vrouw had dat daar weggestoken buiten zijn medeweten.” Volgens de advocaat heeft zijn vrouw dat magazijn gevonden in de garage van zijn vorige woning in Willebroek. Wellicht hebben de vorige eigenaars dat er achter gelaten. Tijdens de verhuis naar De Panne zou de vrouw alles in dozen gestopt en mee verhuisd. Dit alles zonder dat B. daarvan op de hoogte was.

De procureur-generaal gelooft er niks van. “Een magazijn met plaats voor 31 patronen is sowieso al heel uitzonderlijk. En waarom zou uw vrouw dat bewaren? Niet vergeten dat je in het drugsmilieu zit en iedereen heeft daar wapens bij zich.” Uitspraak op 9 november. (OSM)

Lees meer over:

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.