Sabrina R. was ervan overtuigd dat D.L. tijdens schilderwerken 25.000 euro gestolen had uit de woning van haar moeder. Met een smoesje werd de veertiger op 27 juli 2016 naar haar woning boven een café in Westende gelokt. Ze deed de voordeur onmiddellijk op slot, waarna Christophe H. volgens het OM onmiddellijk aanviel met een stroomstootwapen. Het slachtoffer kreeg ook rake klappen en schoppen te verwerken. Toen L. kon wegvluchten, donderde hij van de trap. Het blijft onduidelijk of één van de beklaagden hem geduwd heeft.

De zaak kwam ook op een merkwaardige manier aan het licht. Na de geweldplegingen vertelde het slachtoffer dat hij de resterende 22.000 euro van het gestolen geld in de brievenbus van een vriendin verstopt had. Toen dat bleek te kloppen, liet Sabrina R. aan de politie weten dat ze de som terug had. De bal ging aan het rollen toen de politie ter plaatse de verwondingen bij het slachtoffer opmerkte.

De burgerlijke partij benadrukte de ernstige gevolgen voor het slachtoffer. D.L. ondervindt nog steeds hinder van de zware letsels die hij bij de val opliep. Daarom vorderde zijn advocaat een voorlopige schadevergoeding van 5.000 euro en de aanstelling van een deskundige.

Volgens haar advocaat wilde Sabrina R. alleen maar het spaargeld van haar moeder recupereren. "Ze ontkent de slagen niet, maar de schedelbreuken en dergelijke zijn veroorzaakt door de val", aldus meester Kris Vincke. De verdediging stelde een straf met uitstel voor.

Christophe H. vroeg zelfs de vrijspraak. Nochtans bekende hij aan de onderzoeksrechter dat hij een taser gebruikte, maar deed dat naar eigen zeggen enkel om R. te beschermen. Meester Frederick Spaey legde uit dat zijn cliënt zelf ook geen klappen uitdeelde.

De rechter doet uitspraak op 4 december.

(BELGA)