Na de middagpauze had voorzitter Antoon Boyen nog enkele vragen voor de beide dames onderzoeksrechters. "Het vermoedelijke moordwapen is een klein gekarteld mes. Waarom is er geen onderzoek gedaan naar de mogelijke aanwezigheid van vezels van de kledij op dat mes? Als daarmee gestoken werd, dan moeten er toch vezels van die kledij aangehangen hebben?", vroeg hij zich af. "Op dat mes werden zowel bloed als haren van het slachtoffer aangetroffen. Daarom gingen wij ervan uit dat dit het moordwapen was. Verder onderzoek heb ik niet bevolen", gaf onderzoeksrechter De Mol toe. De voorzitter vroeg door. "Waarom heeft men de piste van B. verlaten?", vroeg de voorzitter.
...