In de loop van 2017 stelde de arbeidsrechtbank vast dat de beklaagde zijn dossiers onnodig lang liet aanslepen, waardoor hij als schuldbemiddelaar vervangen werd. In dezelfde periode kwamen in een fiscaal dossier ook de verdachte transacties zelf aan het licht. Sinds 2007 zou Wim G. de slachtoffers voor meer dan 275.000 euro getild hebben. Vaak gebruikte hij geld van het ene slachtoffer om er een ander slachtoffer mee te sussen.

"Dit is een enorme schending van het vertrouwen van justitie en van de mensen. Hij brengt ook zijn eigen beroepsgroep in diskrediet", aldus procureur Mike Vanneste. Het openbaar ministerie vorderde twee jaar cel, eventueel deels met uitstel.

De verdediging probeerde uit te leggen hoe het zo ver is kunnen komen. Meester Dennis Tavernier pleitte dat zijn cliënt voorzitter was van voetbalclub Eendracht Brugge. "In provinciale leven veel clubs boven hun stand. Ook in dit geval heeft hij als voorzitter fouten gemaakt door bij te springen." Het geld werd naar eigen zeggen dus gebruikt om jeugdtrainers, spelers en leveranciers te betalen. Ondertussen werd een procedure tegen de voetbalclub gestart, in de hoop van toch nog 108.000 euro te recupereren.

Wim G. zei de advocatuur onmiddellijk vaarwel en werkte een tijdje als arbeider. Tegenwoordig is hij als jurist aan de slag op enkele advocatenkantoren. De beklaagde is ingetrokken bij zijn moeder en hoopt zijn slachtoffers zo veel mogelijk af te betalen. In die omstandigheden stelde de verdediging een werkstraf voor. "Ik voel me enorm beschaamd", drukte G. op de zitting zijn spijt uit.

De rechtbank doet uitspraak op 13 januari 2020.

(Belga)