Eind mei 1996 werd het levenloze lichaam van Marcus Mitchell aangetroffen in de duinen van De Haan. De Brit was vanop enkele centimeters afgemaakt met twee kogels in het hoofd. De speurders ontdekten dat het slachtoffer een grote som geld zou geleend hebben aan Lacote en Van Acker. Met die 300.000 pond zouden ze zogezegd een lucratieve deal sluiten in Libië.
...

Eind mei 1996 werd het levenloze lichaam van Marcus Mitchell aangetroffen in de duinen van De Haan. De Brit was vanop enkele centimeters afgemaakt met twee kogels in het hoofd. De speurders ontdekten dat het slachtoffer een grote som geld zou geleend hebben aan Lacote en Van Acker. Met die 300.000 pond zouden ze zogezegd een lucratieve deal sluiten in Libië. Hilde Van Acker en haar Frans-Ivoriaanse partner Jean-Claude Lacote werden snel opgepakt, maar kwamen eind 1996 op vrije voeten. Sindsdien bleven ze uit de greep van het Belgische gerecht. Op 15 december 2011 werden ze door het hof van assisen in Brugge bij verstek veroordeeld tot levenslange opsluiting voor de moord op Marcus Mitchell. Pas eind november 2019 konden ze in Abidjan ingerekend worden. Naar aanleiding van de preliminaire zitting op 10 september legde de verdediging van Lacote een uitgebreide conclusie neer. "We hebben daarin alle problemen behandeld die we tegengekomen zijn", legde meester Filip De Reuse uit. De advocaat doelde onder andere op het overschrijden van de redelijke termijn en op de Salduz-wet, waar in 1996 nog geen sprake van was. Meester De Reuse drong wel vooral aan op bijkomend onderzoek, omdat bepaalde stukken zelfs gewoon uit het dossier verdwenen zouden zijn. Het gaat bijvoorbeeld om een rugzak met opnameapparatuur, die Van Acker tijdens een verhoor gebruikte. Ook de kogels zijn volgens de verdediging onvindbaar, terwijl ze zelf een tegenexpert wilden aanstellen. In principe konden de argumenten van de verdediging leiden tot een verval van de strafvordering, maar dat is niet de bedoeling van de advocaten van Lacote. "Het gaat ons om de zoektocht naar de waarheid, niet om de procedure", vulde meester Bram Casier aan. De verdediging van Lacote zou ook graag een geluidsopname van een telefoongesprek tussen hun cliënt en de weduwe van Mitchell horen, maar ook dat zou niet in het dossier steken. Procureur-generaal Yves Segaert-Vandenbussche reageerde dat de kogels al 24 jaar bij het NICC (Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie) liggen. Over de rugzak van Van Acker werd een apart dossier opgestart, maar de zaak werd in 2009 afgesloten door verjaring. "Wij zijn ook geen containerpark, dat dossier is in 2015 vernietigd. Die rugzak is vernietigd in 2018." De openbaar aanklager stond uitgebreid stil bij de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn. "Het is een ongelooflijk complex onderzoek geweest, met tal van internationale vertakkingen en onderlinge complexe misdrijven die aan de moord voorafgingen", schetste Segaert-Vandenbussche. Ook de houding van de beschuldigden werd aangehaald. Volgens het OM werd wel degelijk alle moeite gedaan om Lacote en Van Acker over hun assisenproces in te lichten. Bovendien werd hemel en aarde bewogen om vanuit Brazilië en vooral Zuid-Afrika een uitlevering te krijgen. "We hebben daar jarenlang om gevraagd, maar ik wacht na 21 jaar nog altijd op een antwoord uit Zuid-Afrika." Over de getuigenlijsten van de verschillende partijen bestond minder discussie. De advocaat van Hilde Van Acker plaatste wel vraagtekens bij de getuigenis van Martin Van Steenbrugge, die met het FAST-team voor de uiteindelijke arrestatie in Ivoorkust zorgde. De verdediging wil minstens dat de commissaris vooraf verhoord wordt. "Het is om te vermijden dat we hier meerdere indianenverhalen krijgen, zoals die vermeende bevrijding uit de gevangenis in Zuid-Afrika", aldus meester Vincke. De advocaten van Lacote vroegen ook om sommige buitenlandse getuigen eventueel via videoconferentie te horen. Op hun lijst staan ook verschillende Engelse getuigen die Lacote en het slachtoffer in de periode voor de feiten ontmoet hebben. Op die manier wil de verdediging aantonen dat Lacote nog geld te goed had van Mitchell, en niet andersom. Voorzitter Bart Meganck stelde vast dat de verdediging van Lacote geen onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden opwierp die tot een onontvankelijkheid of een verval van de strafvordering leiden. Het ging immers vooral om een verzoek tot bijkomend onderzoek. Volgens de voorzitter is er in dit stadium ook geen probleem met de overschrijding van de redelijke termijn. Het argument kan bij het bepalen van de strafmaat wel opnieuw aan bod komen. Het proces gaat op maandag 16 november verder met de uitloting van de volksjury. Op vrijdag 20 november zal procureur-generaal Yves Segaert-Vandenbussche zijn lijvige akte van beschuldiging voorlezen. De beschuldigden zullen op maandag 23 november verhoord worden door de voorzitter, waarna in de namiddag gestart werd met de getuigenverhoren. Martin Van Steenbrugge zal op woensdag 25 november aan het woord komen. De laatste getuigen komen op maandag 30 november aan bod.(Belga)