De beklaagde was in de periode van de feiten aan lager wal geraakt. Door problemen binnen de familie kon hij thuis niet meer terecht en ook bij zijn zus in Oedelem was hij niet meer welkom. Uitgerekend in de woning van die zus ontstond in de nacht van 17 op 18 november brand. De branddeskundige ontdekte twee brandhaarden en besloot dat het vuur wel moest aangestoken zijn. Het huis liep vooral veel rook- en waterschade op, waardoor de verzekeringen een schadevergoeding van 37.000 euro vorderden. Voor zijn zus en haar gezin werd in totaal een voorlopige schadevergoeding van 15.000 euro geëist.

In eerste instantie beweerde D.V. dat hij in het huis gewoon een slaapzak was gaan zoeken om de nacht buiten door te brengen. Zijn aansteker om licht te maken en een weggegooide sigaret zouden volgens hem de boosdoener geweest zijn. Uiteindelijk bekende de beklaagde de brandstichting wel, al weet hij naar eigen zeggen niet meer wat er precies gebeurd is.

De verdediging legde uit dat V. kampt met een verslaving aan alcohol en drugs. In die periode voelde de twintiger zich erg eenzaam, maar ondertussen is de band met zijn ouders wel hersteld. "Hij wist dat er door de renovatie van de woning niemand aanwezig was. Hij had dus nooit de bedoeling om iemand te kwetsen", aldus meester Sander Anckaert.

De advocaat vroeg om een straf met uitstel, gekoppeld aan strenge voorwaarden. "Ik heb ontzettend veel spijt van wat ik heb gedaan. Het was nooit mijn bedoeling om zoiets te doen", zei de beklaagde zelf.

De rechter doet uitspraak op 13 juni.

(BELGA)