In de nacht van 11 op 12 november 2018 zag de politie van Oostende dat een van de lichten van Rachid A.'s voertuig niet werkte. De bestuurder was duidelijk niet happig op een controle en probeerde weg te vluchten. Ter hoogte van een tankstation in de Verenigde Natiënlaan kon de politie het voertuig bijna onderscheppen. De man duwde echter weer het gaspedaal in.

Tijdens de daaropvolgende achtervolging lapte A. heel wat verkeersregels aan zijn laars. Zo reed hij aan te hoge snelheid en negeerde hij enkele rode verkeerslichten. Uiteindelijk kon de verdachte pas in de Parijsstraat gevat worden. In zijn voertuig werden spullen aangetroffen die eerder op de nacht gestolen waren bij de Oostendse hockeyclub Eclair.

Gewapende weerspannigheid

De verdediging vroeg de vrijspraak voor gewapende weerspannigheid. "Hij is toch met gierende banden vertrokken terwijl er een agente aan de deurklink hing?", reageerde de rechter. Rachid A. beweert echter dat hij niet had gezien dat de agente het portier van zijn wagen wilde openen. Naar eigen zeggen zag de beklaagde het ritje naar Oostende als een bijverdienste, om zijn drugs te kunnen betalen. "Pas aan de hockeyclub werd duidelijk dat hij gestolen spullen moest ophalen, maar hij durfde zich niet verzetten tegen zijn passagier", aldus meester Dieter Dewulf, die tevergeefs een werkstraf voorstelde.

Die passagier was nog voor de eigenlijke achtervolging te voet weggevlucht. Mustafa M. staat dus enkel terecht voor de diefstallen, maar liet verstek gaan voor zijn proces. Het openbaar ministerie vorderde voor de beklaagden effectieve gevangenisstraffen tot twee jaar.

De rechter oordeelde dat Rachid A. zich niet schuldig maakte aan gewapende weerspannigheid, maar wel aan de kwaadwillige belemmering van het wegverkeer. Voor die feiten en voor de diefstal werd hij tot 18 maanden effectieve gevangenisstraf veroordeeld. Zijn kompaan kreeg bij verstek een jaar cel.

(BELGA)