In 2017 en 2018 verkocht de beklaagde tientallen spullen via tweedehandswebsites. De slachtoffers betaalden 50 tot 200 euro, maar tot een levering kwam het nooit. C. beschikte in werkelijkheid ook helemaal niet over de spullen die ze te koop aanbood. Daarnaast beheerde de vrouw ook de rekeningen van haar toenmalige vriend. Na de relatiebreuk schreef ze nog snel 15.000 euro over naar haar eigen rekening.

Het onderzoek naar de internetoplichtingen maakte blijkbaar weinig indruk op de beklaagde. Op 17 mei belandde M.C. immers in voorhechtenis op verdenking van oplichting. Via Facebook Messenger bood ze onder andere gsm's aan bij nietsvermoedende mensen. Als verkoopster van Orange beweerde ze de toestellen voor een zachte prijs te kunnen leveren, maar ook daar kwam niets van in huis.

De verdediging stelde voor om de zaak uit te stellen in afwachting van het nieuwe dossier. Ondertussen heeft de vader van de beklaagde alle slachtoffers vergoed, waardoor ze de gevangenis onder voorwaarden mocht verlaten.

De rechtbank doet uitspraak op 22 oktober.

(BELGA)