Roadtrippen

© Pixabay
Stephanie Coorevits
Stephanie Coorevits Psychologe

Ze wonen allebei in Kortrijk en delen een liefde voor het goede leven en schrijven. Verder hebben onze twee columnisten weinig gemeen. Wekelijks geven ze hier een inkijkje in hun uiteenlopende levens. Deze week is dat Stephanie Coorevits (37), auteur, psychologe en televisiemaakster.

En zo zijn we alweer aanbeland bij de laatste column van dit schooljaar. De zomer staat voor de deur en dat betekent reizen. Dit jaar staat er een roadtrip naar Kroatië op de planning en daar kijk ik geweldig naar uit, want roadtrippen voert me altijd een beetje terug naar mijn jeugd.

Zoals het elk zichzelf respecterend West-Vlaams gezin betaamt, reden wij elk jaar met het gezin en een volgeladen auto richting Frankrijk. Papa aan het stuur, mama ernaast en kind 1 tot en met 3 op de achterbank. In de cassettespeler staken de Greatest Hits van Samson en Gert en onderaan de passagierszetel stond een frigobox vol gesmeerde sandwiches. We vertrokken in het holst van de nacht (‘om de files voor te zijn’) en het feit dat we slaapdronken in onze nachtjaponnetjes de auto werden in getild, maakte het avontuur op de een of andere manier alleen maar spannender. Zo spannend dat ik onmogelijk voort kon slapen maar dat vond ik niet erg, want die magische, stille uren terwijl mijn vader aan het stuur zat, de radio heel zachtjes speelde, iedereen sliep en ik rustig mijn boek kon lezen, waren de allermooiste uren.

“Die magische uren terwijl iedereen sliep en ik rustig mijn boek kon lezen, waren de allermooiste”

Alles wat erna gebeurde, was eerlijk gezegd nogal shit. Vier uur na vertrek, kreeg ik kramp in mijn benen van het opgeplooid op de achterbank zitten en ergerde ik me kapot aan het slapende hoofd van mijn zus op mijn schouder. Dus gaf ik haar een duw waardoor ze de andere kant op vloog en met haar hoofd tegen het raam knalde. Een van de minder aangename manieren om gewekt te worden en dat vond zij dus ook, want gillend gaf ze me een stamp met haar (veel te grote) voeten waarop ik tegen mijn andere zus viel en deze het op haar beurt op een huilen zette. Hét signaal voor mijn vader om zich om te draaien, het eerste beste kind dat hij te pakken kreeg een hengst te geven en te brullen dat ‘het nu g**verdomme eens gedaan moest zijn met al dat gejank’ of dat hij ons aan de kant van de weg zou achterlaten.

Enter de sussende moeder die ons allemaal een sandwich toestak en Samson en Gert hun werk liet doen. Twee uur brulden we eensgezind mee van ‘We gaan naar de maan’ en ‘Samen op de moto’ tot mijn vader het helemaal gehad had met onze engelenstemmetjes, hij zijn frustraties op de cassettespeler uitwerkte en we in absolute stilte verder reden. Of toch bijna. Want intussen was die sandwich met preparé zijn werk aan het doen in de maag van mijn wagenzieke zus en hing zij kokhalzend met haar hoofd uit het raam. Nog eens twee uur later kwamen we moe, huilend en vol frustraties aan op onze bestemming en was de vakantiesfeer ver te zoeken.

Maar nu ben ik dus volwassen en zal het vast helemaal anders verlopen. Mijn reisgenoten zijn namelijk de kinderen, ik zal aan het stuur zitten en als er ook maar één het waagt zijn klep open te zetten, krijgt hij een hengst en laat ik hem achter langs de kant van de weg.

Prettige vakantie gewenst, lieve lezers!

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.