2 mei is altijd dezelfde dag

© Pixabay
Siel Verhanneman

Ze wonen allebei in Kortrijk en delen een liefde voor het goede leven en schrijven. Verder hebben onze twee columnisten weinig gemeen. Wekelijks geven ze hier een inkijkje in hun uiteenlopende levens. Deze week is dat Siel Verhanneman (32), auteur en dichter.

Ik weet nog hoe we de laatste week van april elke dag gingen wandelen. Het huis knelde om onze huid. We moesten weg, de deur uit. Wie wacht op slecht nieuws doet dat liever niet op de plek waar je elke dag moet slapen en eten. Ik weet nog hoe ik met een kleine, analoge camera details van die wandelingen vastlegde: een geplette bloem op de grond of een duif op een blok beton in het midden van het kanaal. Op één foto sta ik, goedgeluimd met zonnebril onder het bordje ‘Goedendaglaan’. Waar ik die glimlach toen vandaan had gehaald weet ik niet. Ik weet wel nog welk boek ik aan het lezen was. The perks of being a wallflower en dat, toen we later dat jaar de film bekeken en tijdens een iconische scène Heroes van David Bowie speelde, ik in huilen uitbarstte. Ik weet nog hoe ik flesjes water het ziekenhuis binnensmokkelde omdat hij dorst had maar amper mocht drinken. En hoe ik zijn bankkaart kreeg om ondergoed en pyjama’s te kopen en ik stiekem ook wat prullen voor mezelf kocht die ik zou terugbetalen wanneer hij beter was. Hij zou niet sterven, want hij had nog geld van mij tegoed. Ik weet nog dat een arts mij een dag later vertelde dat het niks uitmaakte of ik nog schulden had. Dat hij sowieso dood zou gaan en ik bleef hopen dat het fout was, want hij was een stagiair en dat doen stagiairs: fouten maken. Ik zie haarscherp de fietstocht voor mij, van het ziekenhuis terug naar mijn eigen straat waarop ik voor het eerst besefte dat ik mijn papa zou verliezen. Elk licht sprong op rood en ik werd wanhopig door al de extra tijd. Die avond huilde ik in de armen van mijn lief. Ik herinner mij de telefoon en hoe laat, het was zes uur en ik zat in mijn zetel in mijn huis, de plek waar je liever geen slecht nieuws hoort, nu zijn we verhuisd. Ik herinner mij het verzwijgen, want drie dagen later werd mijn broertje vijf. Ik herinner mij het vertellen en zijn ‘maar dat is niet waar, toch?’ maar het was wel waar.

Toch is Heroes altijd afscheid nemen van die van mij

Iedereen rouwt op zijn manier. Ik schrijf in een gedicht dat ik rode cirkels rond sterfdagen teken. En dat is zo, ik hecht er veel belang aan. Ik loop verloren in mezelf op de dag dat mijn papa stierf, later mijn zus. Ik wil altijd de stad uit en eens ik ergens anders ben voel ik me zo ontvreemd dat ik er meteen weer spijt van heb. Ik wil mensen zien en alleen zijn. Ik wil berichtjes en troost krijgen maar iedereen moet me met rust laten. Toch voel ik ze veranderen, de sterfdagen. Twee jaar geleden, in volle lockdown, was het de eerste keer dat ik mezelf 2 mei écht liet voelen. Ik vluchtte niet. Ik praatte over mijn papa. Vrienden kwamen zelfgemaakte confituur brengen en ik lachte en huilde. En nu Irene er is weet ik niet hoe ik de komende 2 mei zal beleven. Ik ga die dag, zoals ik altijd doe als mama, haar ritme volgen en ik ben benieuwd waar ik terecht zal komen maar toch… toch is april altijd wachten en wandelen. Toch is Heroes altijd afscheid nemen van die van mij. Toch is 2 mei altijd een donderdag in 2013.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.